Doodsangst, Gastblog Jessica

Onvermijdbare pijn

donker roze bloesem, foto van Agnes van der GraafHij wacht af en houdt zich dood, hopend op een onoplettend moment waarin hij kan ontsnappen. Terug de zee in, waar hij hoort. Hij heeft al geprobeerd om, staand op zijn soortgenoten, uit de emmer te klimmen. Maar de rand is te hoog en toen hij er bijna was werd hij teruggeduwd. Naast hem begint het water te koken, hij hoort het steeds harder en feller borrelen. Daarna gaat het snel. Met een zachte plons verdwijnt hij in de pan. Zodra hij de hitte voelt probeert hij weg te komen, maar iets duwt hem hardhandig onder water. Er is geen ontkomen aan, levend kokend vindt hij zijn dood.

Vakantie

Op een paar meter afstand van die pan sta ik. Toen 15 jaar en met mijn ouders en zus op vakantie. Ik heb nog nooit zulke grote krabben gezien en sta nu toe te kijken hoe ze een pijnlijke dood sterven. Ik wil het niet langer aanzien, maar durf er ook niets tegen te doen. Dus vlucht ik het vakantieappartement in. Terwijl ze beneden staan te lachen rond de stervende krabben, probeer ik in een boek te verdwijnen.

Misbruik

Ik staar naar de letters, maar de woorden vormen geen zinnen. De ruimte om me heen leidt me af. Ik zit op een bed in de kamer waar mijn zus en ik deze vakantie slapen. Het bed waarin haar starende blikken veranderen in verlangende aanrakingen, waarin ik versteen en niets meer durf te doen. De lakens voelen vies, de dekens te zwaar en het kussen besmet.

In mijn hoofd

Diezelfde avond weer. Terwijl ik niets durf te doen, denk ik aan de krabben. Als dit is hoe ze aan hun einde komen, dan eet ik nooit meer krab. Ze kunnen niet schreeuwen, maar het was alsof ik ze dat in mijn hoofd wel hoorden doen. Ik hoor een deur dichtslaan en met een schok kom ik weer in het heden terecht. Ik lig nog steeds op bed en haar geur hangt in mijn neus, maar mijn zus is weg. “Papa en mama hoeven dit niet te weten” hoor ik mijn hoofd, maar ik weet niet meer of het haar woorden of mijn gedachten zijn. De angst versteend me nog steeds en een eenzaam gevoel dringt zich aan me op. Moet ik het misschien toch aan ze vertellen?

Doorleven

Als ik later die avond in bed lig en mijn zus slaapt, besluit ik dat het beter is om mijn mond te houden. Ik ben te bang voor de gevolgen die het kan hebben als ik het wel aan iemand vertel. Mijn gedachten dwalen weer af naar de krabben. Ik zie nog voor me hoe een enkeling probeerde te ontkomen, maar genadeloos werd teruggeduwd. Bij elke beweging van mijn slapende zus verstar ik. De krab probeerde tenminste nog te ontsnappen, maar hij is dood. Ik moet doorleven, of ik het nu wil of niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.