Hoera, ik raak de controle kwijt, gastblog Mariël

Ik raak de controle kwijt

Mariel GroenenIn de war en uitgeput lig ik op de bank. Mijn lijf wil niet meer en mijn ogen willen niet open. Slapen lukt niet. Steeds als ik wegzak, is er wel iets waardoor ik mezelf wakker houd, een kriebelhoest, een gedachte of even naar de wc. Er is iets in mijn lijf dat alert wil blijven, dat me wakker houdt. Ik heb dit niet eerder zo duidelijk gevoeld. Alleen bij de therapie, als we lichaamswerk doen, voel ik die alertheid, die spanning in mijn lijf.

Uitgeput

Ik voel dit en denk: “Geen wonder dat ik uitgeput ben”. Al heel mijn leven houd ik mezelf en mijn omgeving stevig onder controle. Mijn hele jeugd heb ik dat nodig om te overleven met alle problemen in het gezin, het zorgen voor de anderen en de incest. Die controle is een deel van mij geworden: “zo ben ik”. Heel, heel langzaam bouw ik die controle af. Mijn man is van de “flexibele planning” en daardoor leer ik flexibeler omgaan met veranderingen, met mijn planning. Hij vindt dat ik er maar mee om moet leren gaan dat omstandigheden kunnen veranderen en daardoor zijn of onze plannen ook. Ik vind dat heel moeilijk want planning geeft mij controle. Hij weigert zich daarin aan te passen aan mijn controlebehoefte. Therapie en trainingen helpen me daarbij ook. Ik leer dat ik niet overal invloed op kan hebben en dat ik sommige dingen moet laten zijn. Maar nu, liggend op de bank, voel ik duidelijk dat het maar een deel van mijn controlemechanisme is, dat ik heb losgelaten.

Mijn lichaam laat zich niet sturen

Tijdens het lichaamswerk, dat onderdeel is van mijn therapie, is steeds de spanning in mijn lichaam enorm voelbaar. De controle die mijn lichaam wil houden over alles wat er gebeurt, is voelbaar. Ik ben niet in staat mijn hoofd te laten rusten in de handen van mijn therapeute. Mijn nek, schouders, willen mee helpen en willen zelf mijn hoofd omhoog houden, dragen. Eerst voelde ik niet eens dat ik het deed. Nu ben ik me er bewuster van. Mijn lichaam laat zich niet sturen door mijn hoofd. Als ik tegen mezelf zeg: “ontspan je maar”, verandert de spanning in mijn lichaam niet. Deze keer heeft mijn lichaam de leiding.

Hoofdpijn, verkoudheid en uitputting

Drie dagen lig ik op de bank en doe ik niets. Flink verkouden en met veel hoofdpijn. Ik voel dat mijn hoofdpijn komt van die controle, van het harde werken om “mijn schouders eronder te zetten”. Het feit dat ik zo moe ben en toch mezelf niet toe sta om in slaap te vallen, confronteert me heel erg met mijn controlemechanisme. Objectief gezien, is er niets waarom ik wakker moet blijven. Ik ben thuis en ik ben veilig. Mijn lichaam denkt daar anders over. Ik praat met mijn lichaam, met mezelf. “Je bent veilig, je hoeft niets te doen, alles is goed.” Steeds opnieuw blijf ik het herhalen, maar het lijkt alsof ik het tegen dovemansoren heb. Alleen met bedtijd, in mijn bed, val ik uiteindelijk in een onrustige slaap.

Controle werkt niet meer

Ik voel mijn controlemechanisme heviger dan ooit te voren. Tegelijkertijd voel ik dat het niet meer werkt. Ik merk in allerlei levenssituaties dat mijn oude manier om ermee om te gaan niet meer werkt. Ik reageer anders – directer – dan ik gewend ben van mezelf en daar schrik ik zelf van. Sommige mensen in mijn omgeving schrikken daar ook van en dit heeft in korte tijd geleid tot een breuk met enkele mensen. Mijn “oude” Mariël wil terug naar hoe het was, want daar was het veilig. “Hou je mond maar, je kunt beter niet opvallen want dan gaat het mis, dan doet een ander je pijn”. Mijn volwassen ik, is trots en wil juist verder. Zij weet dat ze niet terug kan en dat het niet goed is om terug te gaan.

De oude ik versus de nieuwe ik

Maar o, wat is die “oude” Mariël sterk. Ze haalt alle argumenten uit de kast en zaait verwarring. Ik begrijp haar zeker. Ze sleept me soms zo mee. Het is moeilijk om overeind te blijven. Het kost me een berg energie. Ik wil mijn controle kwijt. Ik zoek wanhopig naar houvast. Het zal nog wel een tijdje duren voordat de oude en de nieuwe ik samen verder kunnen.

Slachtoffer van incest, hoe vertel ik het? Gastblog Mariël

Slachtoffer van incest, hoe vertel ik het?

Erkennen dat ik slachtoffer ben van incest is heftig. Ik heb het 42 jaar weggedrukt in mijn onderbewuste. Het is overweldigend, pijnlijk om te zien en te voelen. Nu ik eenmaal onder ogen zie dat het de realiteit is, wil ik het ook vertellen in mijn omgeving. Vertellen dat ik slachtoffer ben of was, dat is confronterend :“Hoe zullen anderen reageren? Geloven ze me? Wijzen ze me af? Vinden ze het belachelijk?”

Als ik vertel dat ik misbruikt ben, erken ik mezelf

Ik kan me zelf nauwelijks voorstellen dat ik slachtoffer ben van incest, wat mijn vader met me heeft gedaan. Ik weet het wel maar om het volledig binnen te laten komen, blijft moeilijk voor mij. Toch wil ik het delen, moet ik het delen, de last is te groot om alleen te dragen. Ik begin voorzichtig met het vertellen aan mensen die ik vertrouw, maar liefst niet al te dichtbij staan. Zo zijn er bekende collega’s waar ik mee spreek en enkele vriendinnen. Ik spreek hardop uit dat mijn vader me misbruikt heeft en ik voel wat het met me doet. Het helpt me erkennen dat het echt is.

Mijn vader heeft me misbruikt

Langzaam maar zeker vertel ik het meer mensen. Ik bereid dit nooit voor. Vaak ontstaat in een gesprek bij mij het gevoel: “nu vertel ik het” en dan zeg ik: “Mijn vader heeft mij misbruikt”. Afhankelijk van de reactie en vragen van de ander vertel ik dan meer of niet. Tot mijn verbazing gelooft iedereen mij. Ik ben daar blij mee natuurlijk, maar ik geloof bijna niet dat ik serieus wordt genomen. Ik ben ervan overtuigd dat anderen mij niet serieus nemen omdat ik als kind niet gezien en gehoord werd.

Het slaat in als een bom

Ik ben 45 jaar als ik begin met lichaamsgerichte therapie. Al heel snel heb ik een enorme behoefte om meer mensen uit mijn omgeving op de hoogte te stellen, zeker ook familie. Door de therapie en alle herinneringen die boven komen, voel ik me overweldigd en ben ik uitgeput. Ik wil vertellen waarom het niet goed met me gaat. Bij mijn schoonfamilie vertel ik het vanuit een soort van spontaniteit in het moment, onvoorbereid dus. Bij mijn broers en zus is het voor mij aanzienlijk ingewikkelder om het te vertellen. Ik ben ontzettend bang voor hun reactie. Bang dat ze me niet geloven, dat ze me afwijzen. De één vertel ik het per brief, een ander tijdens een wandeling, de derde tijdens een etentje bij ons thuis en de laatste bij een bezoek bij hem thuis. Bij ieder slaat het in als een bom.

“Join the club”

Hoe ik het ook vertel, het is iedere keer zenuwslopend: klotsende oksels, klamme handen, hoge ademhaling. Ook zij hebben tijd nodig om te verwerken. In hun beleving tot nu toe ben ik vroeger behoorlijk “de dans ontsprongen”. Ik ben degene die het goed had. Wat zij zien, is dat moeder veel tijd en aandacht voor me heeft, terwijl zij op school zitten of aan het werk zijn. Ik doe altijd of het goed met me gaat, want dat is wat moeder van mijn verwacht. Zo is het beeld. Eén van mijn broers benoemt dat en zegt vervolgens: “Join the club” . Hoe wrang kan het zijn?!

Half open

In mijn omgeving ben ik vrij open over het feit dat ik misbruikt ben en dat ik nu in therapie ben. Ik besef wel dat het voor veel mensen heel schokkend is om te horen, dat merk ik aan reacties. Daar houd ik rekening mee. Mijn doel is ook niet om te choqueren en confronteren. Ik heb steun en erkenning nodig. Ik vertel meestal niet op welke leeftijd het misbruik plaats vond. Het is vast té heftig om te horen dat ik als baby al ben misbruikt, iets wat laatst in een herbeleving is bovengekomen. Ik deel ook nooit wát er allemaal gebeurd is. Ik vul in voor een ander dat incest al moeilijk genoeg is en dat ik ze verdere details beter kan besparen. Daarmee bescherm ik mezelf waarschijnlijk ook, of dat nu wel of niet nodig is. Het hoort bij mijn overlevingsmechanismen.

Het gaat vooral over de impact

Wat ik deel, gaat over de impact die de incest heeft gehad op mijn leven, hoe het nu met me gaat, hoe moeilijk het soms is. Dat is voor veel mensen al heel moeilijk om te begrijpen. Het duurt nu al meer dan een jaar, dan moet het toch wel beter gaan. “Je moet je schouders er maar onder zetten”. Ja, dat is het ‘m nu juist, dat heb ik altijd gedaan en dat houd ik niet langer vol. Er is iets anders nodig. Zolang ik het gevoel heb dat mensen het goed bedoelen, heb ik niet zo’n moeite met “onhandige” reacties.

Deze blogs over mijn ervaringen deel ik bewust alleen op de website www.helenvanseksueelmisbruik.nl. Ik heb zelf een website, een facebook pagina en twitter maar daar deel ik de blogs niet. Dat is nog een stap te ver voor mijn gevoel. Ik sta me de ruimte toe om daarin te groeien.

‘Bedoel je dat opa je verkracht heeft?’

Ik besef dat ik het belangrijk vind dat de kinderen ook weten dat ik door hun opa ben misbruikt. Ze zien natuurlijk al lang dat ik veel verdriet heb en vaak boos ben. Ik probeer het vaak af te schermen, maar ze voelen wel dat het niet goed gaat. Uit eigen ervaring weet ik hoe verwarrend het is voor een kind als je moeder zegt dat het goed gaat en zich niet goed voelt. Bovendien wil ik niet dat ze het via een ander horen, nu steeds meer mensen op de hoogte zijn. Bij hen vertel ik het ook op een moment dat ik denk: “Nu kan het”. Overigens beiden vertel ik het één-op-één. Mijn zoon (hij is 15) schrikt er wel van maar zegt ook: “ik dacht al zoiets”. Mijn dochter (zij is dan 13) is echt geschokt. “Bedoel je dat opa je verkracht heeft?” Ja, directer kun je het niet zeggen. Mijn dochter is heel boos, nog steeds. Ik ben blij dat ik het verteld heb. De kinderen weten nu wat er speelt, er is geen geheim meer. Het is moeilijk, maar bespreekbaar.

Een jaar na de onthulling

Mijn broers en zus weten het nu allemaal ongeveer een jaar. Mijn verhaal heeft behoorlijk wat teweeg gebracht. Eén broer reikt nu uit en wil graag meer delen, meer contact. Hij heeft het er moeilijk mee en beseft hoe weinig hij eigenlijk weet van mijn verleden. Ik verlang ernaar om meer contact te hebben en om gezien te worden, maar mijn vertrouwen is zo beschadigd dat het moeilijk is om me open te stellen. “Wat als ik weer teleurgesteld wordt? “ Ik heb dit ook met hem gedeeld en hij begrijpt dat ik tijd nodig heb en hoopt op een positieve uitkomst. Met de andere twee heb ik redelijk contact. Het onderwerp incest ligt lastig bij hen maar niet vanuit afwijzing van mij. De redenen zijn voor mij begrijpelijk en daarmee staat het ons contact niet in de weg.

‘Ik denk dat je hierin alleen staat’

Mijn zus heeft mij laatst laten weten: “Ik begrijp niet waar je doorheen gaat. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven, het lijkt wel of het over een andere vader gaat. Ik denk dat je hierin alleen staat”. Het raakt me diep, het voelt als een herhaling uit het verleden. Ik word niet erkend en niet gezien. Wat ik vertel, kan niet waar zijn. De pijn zit diep, ze raakt aan de pijn rondom mijn moeder, die in feite hetzelfde deed. Onze relatie verloopt al langer moeizaam, zeker omdat ik afstand heb gevraagd om ruimte voor mijn proces te hebben. Dat heeft haar pijn gedaan. Vanuit pijn kunnen we nu niet verder samen. Dat is hard, keihard.

Seksueel misbruik en de feestdagen

Hoe kom je de feestdagen door?

Sinterklaas, Kerst, Oud en Nieuw. De maand december staat bol van de familiefeesten. Maar contact met je familie is niet vanzelfsprekend, zeker niet als je seksueel misbruikt bent binnen de familie.

Ik ben niet zielig

Mijn uitgangspunt is: Ik ben niet zielig. De feestdagen zijn voor mij niet zo belangrijk, (ontkenning van behoefte). De feestdagen, of in elk geval al die hoepla eromheen, stom vinden is ook een strategie. Ik bouw mijn eigen feestje wel, ik heb mijn familie niet nodig. (meer ontkenning van behoefte)

Met kerst ben ik ontheemd

Goed, ontkenning van behoefte is een afweer. Dat betekent dat er een trigger is geraakt. Ik vermijd om iets te voelen. Ben ik dan wél zielig? Nee, dat ook weer niet. Een beetje verdrietig, dat wel. Ontheemd. Dat is een goed woord voor hoe het voelt. Het vanzelfsprekende van een ’thuis’ te hebben, waar je altijd welkom bent, waar je op terug kunt vallen ontbreekt me. Al heel lang…

Erkennen en rouwen

‘Ivonne, je moet niet denken dat je hier kunt aanschuiven voor het paasontbijt. Dat doen we met ons gezin’.

Ik weet dat de vriendin die dit zei waarschijnlijk geen flauw idee heeft hoeveel pijn deze opmerking deed. De pijn van het geen ‘familie’ hebben, rauw en onversneden. Noodzakelijk om te voelen. Eerst word ik boos, vind ik van alles over deze botte afwijzing (valse macht). Maar ook valse macht betekent dat er iets om erkenning vraagt. Ik ben kinderloos gebleven door het seksueel misbruik. Ik voel de pijn en rouw om wat er niet is in mijn leven.

Provoceren of bespreekbaar maken?

Ik ben in gesprek op een bijeenkomst van vrouwen tegen geweld. Het is pauze en luchtig vertelt iemand dat ze twee keer per jaar, met de feestdagen met al haar zussen uit eten gaat. Op dezelfde luchtige toon vertel ik dat ik mijn éne zus sinds een paar jaar weer af en toe spreek. Dat mijn andere zus de kant van de misbruiker heeft gekozen en dat ik met haar al jaren geen contact meer heb. Even valt het gesprek oncomfortabel stil. ‘Te provocerend’, denk ik bij mezelf, ‘zelfs in dit gezelschap’. Maar gelukkig: een tafelgenoot haakt er op in. ‘Ik ben geraakt door je opmerking. Als ik jou dit hoor zeggen besef ik pas hoe diep seksueel misbruik er in hakt.’

Geheeld

Ik heb er nu geen last meer van. De feestdagen gaan soms ongemerkt voorbij. Vorig jaar wilden we pizza bestellen op 1e kerstdag, bleken zelfs de grote Amerikaanse pizzaketens gesloten (Gelukkig zijn er ook Turkse pizzeria’s voor wie kerst een gewone werkdag is)! Ik hoef niet langer stil te staan bij het onvervulde verlangen. De pijn is gevoeld en erkend en in plaats daarvan is er berusting. Rust.

Feestdagen, familie, seksueel misbruik

Het is zoals het is. Veel families vallen uit elkaar door seksueel misbruik. Iedereen in een gezin moet zich, op één of andere manier, verhouden tot het seksueel misbruik. Helaas is ontkenning vaak het eerste afweermechanisme en dat laat het slachtoffer in de kou staan. Met kerst ben je dan alleen. Dat is onrechtvaardig en moeilijk, maar ook de werkelijkheid. Door je goed voor te bereiden kun je de kerst voor jezelf gezellig maken.

Maak van de feestdagen jouw eigen overwinningsfeest

Ik schreef al eerder een blog over ‘Hoe overleef ik de feestdagen’. Kijk eens of je iets kunt met de tips die daar in staan of maak je eigen nieuwe traditie!

 

Ik besluit mij niet meer te schamen – Gastblog Anja Zandbergen

Ik weiger me nog langer te schamen

anja zandbergenSchaamte. Ik schaam mij niet meer. Waarom zou ik mij moeten schamen? Het seksueel misbruik heeft in mijn kinderjaren plaatsgevonden. Ik was afhankelijk van volwassenen. Ik was niet bij machte om dat wat er gebeurde te keren. De dader(s), die moeten zich schamen!

Wie is Anja Zandbergen

Ik ben Anja en sinds kort heb ik een eigen blog. De eerste post heeft de titel “Taboe”. Wat is een taboe? Waarom is het zo ingewikkeld om het taboe rondom seksueel misbruik te doorbreken? Om die vraag te beantwoorden ga ik bij mijzelf te rade. Wat heeft al die tijd gezorgd dat ik zelf ook het taboe in stand hield? Waarom durfde ik niet te praten?

Symposium “wat wél werkt!”

Recent was ik op het Symposium “Wat wél werkt!” van ‘Hulpverlening na seksueel misbruik’. In de middag volg ik de workshop bij Ivonne Meeuwsen. Aan de hand van stellingen komen we in gesprek. Mijn blog komt ter sprake. Ik kan niet goed uitleggen waarom ik het begonnen ben. Ik móet praten, dat is wat ik zeker weet. Ik vertel dat ik het best lastig vind om te bepalen wat ik vertel en hoe ik het vertel. Er is zoveel wat ik wil vertellen. Dan zegt Ivonne: “Ik geef cursussen in het schrijven van blogs over seksueel misbruik. Stuur maar eens wat op dan zal ik kijken of ik je kan begeleiden”.

Spannend

Zo, best spannend zeg! Ivonne is met haar vijfde boek bezig. Ik mag een post naar haar versturen, welke zij zal beoordelen. Hoe gaaf is dit! Ivonne, schrijfster van meerdere boeken wil mijn post lezen! Ivonne leest wat ik haar stuur: De opsomming van redenen waarom ik het taboe in stand hield. Kort daarop krijg ik van Ivonne mijn eerste opdracht. Er is veel meer te vertellen per onderwerp. Dus ik begin met de eerste van mijn opsomming: Schaamte

Schaamte

Schaamte was een reden om het taboe in stand te houden. Waarvoor schaamde ik mij dan? Hoe voelt schaamte en was mijn schaamte terecht?

Ik stop het ver weg uit schaamte

Ik ga terug in de tijd. Schaamte en angst maken dat ik het niet meer weet. Dat ik het niet meer wil weten en het heel ver weg stop. Ik schaam mij voor mijn vader. Hij is vaak dronken. Ik durf geen vriendinnetjes mee naar huis te nemen. Mijn vader…

Stop, ander woord! Het woord “vader” tikken voor de man die mij verwekt heeft voelt niet goed!

Ik noem hem: Dader-vader

Al zoekend op het internet kom ik een blog van iemand tegen. Zij gebruikt “vader-dader”. Mooi gevonden. Ik draai het om “dader-vader”. Voor mij is hij in de eerste plaats een dader. Bij mijn geboorte kreeg hij de titel “vader”. Alleen: Hij is niet de enige dader. Om het duidelijk te houden daarom “dader-vader”.

Mijn dader-vader verbergen voor vriendinnetjes

Ik neem liever geen vriendinnetjes mee naar huis. Als mijn dader-vader dronken is kan hij heel erg schelden. Hij is heel grof met woorden en altijd is er de kans dat hij gewelddadig wordt. Dat hij gooit met spullen of tegen dingen aan slaat of schopt. Of mijn moeder en zus slaat. Tijdens die buien heb ik een streepje voor. Hij slaat mij nooit. Toch schaam ik mij voor zijn gedrag en de manier waarop hij mij misbruikt. Ik neem dus nooit iemand mee naar huis. Ik ben altijd bang dat de ander ruikt dat hij alcohol gebruikt. Wat zouden ze dan denken? Wat zouden ze van mij vinden als ze weten dat mijn dader-vader zoveel alcohol gebruikt? Ik ben altijd bang veroordeeld te worden voor de daden van mijn dader-vader.

Schaamte vanwege vier daders

Ja, vier daders. Dat heeft ook wel gezorgd dat ik mij schaamde. Vier daders! Hoe vertel je dat dan. Wat voor vragen krijg je dan. Vier daders, hoe kan dat! En dan vul ik zelf in, “Dan zal je zeker zelf wel een aandeel hebben gehad”. Vier! Dat kan toch niet. Uit wat voor gezin kom jij dan? Schaamte, schaamte, schaamte! Over de andere daders schrijf ik in een volgende post.

Schaamte is een gevoel

Schaamte is bij mij een gevoel diep van binnen. Ergens diep in mijn buik begint dat te knagen. Dat is er zomaar! PATS BOEM! Zo maar, met een hele, ogenschijnlijke, simpele vraag, wordt dat knagende gevoel aan gezet. ‘Wat voor opleiding heb jij gedaan?’
BAM! Daar is ie!

Schaamte!

Het ratelt in mij: ‘Uh, wat moet ik nu zeggen. Hoe moet ik het nu zeggen. Ik ben naar de Huishoudschool geweest. Even voor alle duidelijkheid, iemand die naar de Huishoudschool is geweest hoeft zich helemaal nergens voor te schamen! Helemaal niets mis mee! Je kan heel goed terecht komen. Kijk naar mij!’

Maar als ik mij schaam…

Als ik mij schaam weet ik niet meer hoe ik moet reageren. Mijn adem stokt in mijn keel. Ik voel me benauwd. Het knagende, rottende gevoel in mijn buik verspreid zich. De ene kant op mijn benen in. Ik voel me wankelen, ik wil mij vasthouden, voel de grond niet meer. Straks val ik! HELP!

Paniek

Vanaf mijn buik omhoog, naar mijn keel, ik heb het al benauwd, verder omhoog mijn hoofd in. PANIEK! Ik kan niet meer denken.
‘Welke opleiding? Help! Wat moet ik nu zeggen, hoe moet ik kijken. WAT MOET IK DOEN! Straks zien ze het, komen ze er achter dat ik misbruikt ben. Wat moet ik nu zeggen. Kon je niet naar een andere school? O, help! Hoe moet ik uitleggen waarom ik naar de Huishoudschool ben geweest? Ik zat in mijn overlevingsmodus, ik moest alle zeilen bijzetten om op de been te blijven. Mij te verstoppen zodat niemand er achter zou komen. Ik had geen ruimte in mijn hoofd om te leren. Ik was nog druk doende met het opbouwen van mijn muur. Mijn “weg van gevoel-muur”.’

Ik kan echt wel leren

Ik mompel dat ik niet echt een opleiding heb gedaan. Maar later wel cursussen hoor! Zelfs een HBO opleiding! Ik kan echt wel leren!

Na zo een ogenschijnlijke simpele vraag ben ik dagen van slag. Wat denken ze nu van mij? Zouden ze iets vermoeden? Ik schaam mij dat ik niet bij machte was om te leren. Ik schaam mij omdat ik misbruikt ben. Ik schaam me dat het seksueel misbruik zo bepalend is geweest voor het verloop van mijn leven.

De schaamte voorbij

Ik ga niet zeggen dat ik mij nooit meer schaam. Maar dat knagende rottende heftige gevoel, dat heb ik niet meer. Ik kan met opgeheven hoofd zeggen, DIT BEN IK!
Ik ben trots op wie ik ben. Ik schaam mij niet meer voor wat de daders mij hebben aangedaan. Ik schaam mij niet meer voor de Huishoudschool. Dit ben ik! Ik ben trots op wie ik geworden ben.

Soms duikt de schaamte weer op

Schaamte blijft een killer. Het kan zo maar weer opduiken, als uit het niets! Maar ik herken het. Ik ga het niet meer uit de weg! Ik laat mij niet meer beperken door schaamte!

Wat was het in mijn brein dat ik mij afvroeg wat ze van MIJ zouden denken als ze erachter kwamen dat mijn dader-vader een alcoholist was? Wat raar, achteraf dat ik me als kind van zes jaar, verantwoordelijk voel voor mijn dader-vader? Dat ik me als kind zo verantwoordelijk voel en me schaam voor het gedrag van mijn dader-vader.

Ik hoef mij niet te schamen

Het misbruik is mij aangedaan door volwassen mensen met onvolwassen gedrag. Als kind was ik niet bij machte om mij daar tegen te verzetten. Mij treft geen enkele schuld dus hoef ik mij ook niet te schamen!