Breken met je familie

Seksueel misbruik leidt maar al te vaak tot een breuk binnen de familie. Voor buitenstaanders is het moeilijk te vatten, hoe het is om zonder je familie verder te moeten. Of als het beter is om afstand te hebben tot je familie, terwijl je tegelijk ook verlangt naar dat warme nest. Het nest dat je nooit gehad hebt.

Heeft niemand dan iets gezien?

Maar al te vaak denk je als kind dat je ouders of de rest van de familie wel weten wat er gebeurt. Zeker als het gaat om langdurig, herhaald seksueel misbruik, is het voor een kind niet te bevatten dat anderen daar niks van weten. Ook de volwassen overlever vindt het vaak heel moeilijk om te geloven dat niemand iets heeft gezien.

Ongemakkelijke boodschap

Wanneer het seksueel misbruik naar buiten gebracht wordt, vaak op latere leeftijd, is dat voor de familie een ongemakkelijke boodschap. Meestal volgt er een periode waarin ontkenning, vertwijfeling en schuldgevoelens de boventoon voeren. Dit is voor de overlever een hele lastige, want die heeft juist behoefte aan erkenning.

Voor de familie is het nieuw

Wanneer je de familie vertelt wat er is gebeurd, kunnen ze er niet meer omheen. Ze zullen iets moeten met deze ongemakkelijke boodschap. Helaas is de eerste neiging vaak ‘Het is niet waar’. Want als het niet waar is, hoeven ze er niets mee.

Zwijgen doe je niet voor jezelf

Wanneer je na de ontkenning van je familie weer ‘braaf’ meeloopt in het oude straatje, dan lijkt de orde der dingen hersteld. Alleen: jij bent nog verder beschadigd geraakt door de ontkenning. Soms denk je dat je beter je mond kunt houden, maar daarmee gaat het probleem alleen maar ondergronds. In feite is breken met je familie op zo’n moment een erkenning van hoe het is: zij zijn er niet voor jou.

Wat laat jouw familie jou zien?

Als jouw familie jouw verhaal niet erkent, wat is dan de boodschap die je krijgt van je familie? Zou je vrijwillig omgaan met andere mensen die je een leugenaar en erger noemen? Wat maakt dat je dit van je familie wel pikt?

Valse loyaliteit

Een kind is loyaal aan zijn of haar ouders, bijna per definitie. Er moet heel wat gebeuren voordat die loyaliteit gebroken wordt. Maar je bent geen kind meer. Jouw loyaliteit mag je geven aan mensen die jou respecteren. Die je geloven en erkenning geven.

Valse verplichting

Naast loyaliteit wil ‘plichtsgevoel’ nog wel eens de reden zijn om je familie dan maar te accepteren, ondanks dat ze jou niet respecteren en erkennen. Je ouders hebben je immers het leven geschonken? Maar als dat geschenk met weerhaakjes komt, is het dan wel een gift? Of meer een vergif?

Ik zal altijd van je houden, maar ik verbreek het contact

Wat mij heel erg heeft geholpen, is om de begrippen liefde en relatie te scheiden. Je kunt, onvoorwaardelijk, van iemand houden en op een zeker niveau zul je wellicht van je familie blijven houden. Maar dat betekent niet dat je jezelf niet mag beschermen door het contact te verbreken.

Zij maken hun relatie met jou ook voorwaardelijk

Wanneer je je afvraagt of je het recht hebt om voorwaarden te verbinden aan het al dan niet contact hebben met je familie, bedenk je dan het volgende: Door jouw verhaal niet te geloven en van jou te verwachten dat je je mond houdt, stellen zij ook voorwaarden aan jouw relatie met hen.

En ja, dat doet pijn

Wanneer je familie je niet erkent, doet dat pijn. Daar kun en hoef je niet omheen. Maar misschien is het beter om die pijn te voelen en daarvan te helen, zonder steeds weer datzelfde mes in diezelfde wonde om te draaien. Zonder dat je contact hebt met je familie. En van daaruit, met alle pijn die daarbij hoort, je leven verder op te bouwen.

Twee ingezonden gedichten

Deze gedichten van S/ geven vooral een sfeerbeeld van hoe diep seksueel misbruik ingrijpt.

Treurwilg

Als de dag in zwartkijken achter
de einder hinkt, groeien mijn stompe
wortels in fossiele leegtes, ik verbuig
mijn stamboom, vruchteloos als een groen blaadje,
tot het bladderen van mijn schors, wat blijft
is het mos, stilte sluipt
tot de kruin van mijn huis.
S/

Onderhuids

’s Avonds als ik sta
te duisterwachten peuzelt
de angst mijn broodbrein
tot knokige korsten

Ik ben een lammelot 
van de nacht die onderhuids 
gevangen in foetusdenken 
kooit

Hier stoten mijn chromosomen
dwars, in deze schoot 
vang ik nauwelijks geboren
licht, in dit embryonale
tasten kom ik geen
navelstreng verder
S/

Een vergelijkbaar gedicht lees je hier

Recensie: Uiteen gevallen en Eenwording van Liz Berghuis

liz berghuis

Liz Berghuis heeft een dissociatieve identiteitsstoornis als gevolg van seksueel misbruik en mishandeling door haar vader in haar vroege jeugd. In deze twee boeken geeft zij een inkijkje in haar innerlijke structuur, de wereld van iemand die in 147 afzonderlijke delen uit elkaar gevallen is. Ze geeft ook een blik op de ingewikkeldheden van behandeling van deze stoornis en de valkuilen die daarin voor de hulpverlener zitten.

147 persoonlijkheden

Wanneer je als kind uiteenvalt, zoals Liz het noemt, ontstaan er meerdere persoonlijkheden. Het duurt even voordat je in het boek helder krijgt wie op welk moment aan het woord is. ‘De schrijfster’ is in feite één van de alters of subpersoonlijkheden. In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat er twee ‘hoofdpersonen’ zijn: de moeder en de schrijfster.

Valkuilen in therapie

Een valkuil voor de therapeut is dat het soms verleidelijk is om één persoon onevenredig aandacht te geven en te steunen. Na het uitkomen van het eerste boek wordt de schrijfster door het publieke succes de ‘hoofdpersoon’. Dit leidt uiteindelijk tot een diepe depressie bij de moeder en een innerlijke verdeeldheid onder de andere alters, een soort van innerlijke burgeroorlog.

U bent niet ziek, u lijdt

liz berghuis

In het tweede deel gaat ze in op een therapie die haar helpt. Het uitgangspunt van de therapie is: ‘U bent niet ziek, u lijdt’. Vanuit dat inzicht wordt het mogelijk om iedereen binnen de innerlijke structuur van Liz op zijn of haar eigen tempo te laten integreren of de keuze te laten maken om dat niet te doen. Om tot een werkbare formule te komen die het lijden minimaliseert, in plaats van dwangmatig op integratie in te zetten.

Hulpverlenen zonder oordeel

Het vermogen om alle innerlijke anderen te waarderen en zonder oordeel te ontmoeten is cruciaal voor een geslaagde begeleiding die recht doet aan alle delen van de persoon. Daarbij is het van belang om de hele groep in beeld te hebben en te zien voor wat zij zijn: belangrijke, noodzakelijke onderdelen van het overlevingssysteem. Dit geldt ook voor de delen die mogelijk (zelf)destructief gedrag vertonen.

Ervaringen van anderen

Het tweede boek vertelt het verdere verloop van de begeleiding en maakt dan de switch naar de begeleiding die zij biedt aan anderen die lijden aan DIS. Korte en langere verhalen die lezen als een referentie aan Liz. Om die reden haak ik eigenlijk af als het niet meer om haar verhaal gaat. Er wordt naar mijn smaak te weinig nieuwe informatie geboden in die ervaringsverhalen. Mogelijk is dit voor de lezer die zelf DIS heeft anders.

Eigen regie

Haar belangrijkste boodschap staat in het tweede boek. Helaas komt dit voor mij wat minder uit de verf. ‘U bent niet ziek, u lijdt’ is in mijn beleving een belangrijk inzicht. Het geeft de schrijfster zelf de regie over haar leven en haar eenwording, haar heling.

Voor wie zijn deze boeken?

Ik verwacht dat de boeken voor mensen met een dissociatieve identiteitsstoornis veel herkenning zullen geven. Voor professionals die werken met dit thema is het boek goede achtergrondinformatie om de ingewikkeldheid te begrijpen.

Koop ‘Uiteengevallen’ hier

Koop ‘Eenwording’ hier

Lotgenotencontact – gastblog

Gierende zenuwen

Het is 6:45 uur. Net iets vroeger dan anders gaat de wekker af! Wakker ben ik al, daar heeft de spanning al voor gezorgd. Een opwindend gevoel van blijheid, omdat het na al die tijd ook “echt” van start gaat. Ik ga weten met wie ik op weg zal gaan. Eng en spannend tegelijkertijd.

‘Ja, het is echt’, realiseer ik me even later als een golf van misselijkheid me overvalt.

Twijfels

Terwijl ik me klaarmaak en de laatste spullen bij elkaar zoek, vraag ik me af waarom ik deze stap ook alweer wil zetten? Zal ik het wel kunnen? Contact maken met de anderen. Even voel ik spijt over de keuze die ik zelf gemaakt heb. Geen gedwongen keuze en een keuze echt voor mij. Ben ik dat wel waard, ga ik dat wel kunnen en bovenal hoor ik (zo vreemd en anders als ik mezelf beschouw) daar wel thuis?

Ik ga ervoor

Ik weet het niet goed, maar ergens zegt mijn buikgevoel ook dat het helemaal oké is. Dat ik ervoor moet gaan. En dus vertrek ik, goed voorbereid met reisplannen en GPS de drukte in. Iets wat ik anders probeer te vermijden. Gelukkig verloopt de reis vlot en dat valt al heel goed mee. Een lichte paniek, als ik niet kan parkeren waar ik had gepland, maar koelbloedigheid en de technische snufjes van deze tijd brengen me vlot naar een andere parkeerplek. De blauwe poorten, daar moet ik zijn!

Het eerste contact

Nog een laatste zucht, even goed in- en uitademen en daarna stap ik vol goede moed de dag tegemoet. Ik weet dat ik het op me af moet laten komen. Een stukje controle loslaten, iets waar ik het de laatste tijd moeilijk mee heb. Maar daar ga ik dan, naar binnen. Wat volgt is een heel hartelijke ontvangst! Het stelt me gelijk gerust. Ik ben welkom hier.

De zenuwen blijven gieren

Toch gieren de zenuwen en meteen ontstaat de eerste innerlijke strijd. Wat moet ik zeggen en wat wordt er van me verwacht? Ik hoor de vriendelijke vragen en voel me afsluiten en in stilte vervallen. Iets wat ik niet wil, maar het is te onbekend, te weinig vertrouwd. Korte en beleefde antwoorden volgen. Ik moet echter eerst even de tijd nemen om te wennen.

Later zal ik mij bedenken dat het helemaal anders had gekund. Achteraf vraag ik me af hoe die eerste indruk dan overkomt? Creëer ik door mijn korte antwoorden meteen al een onoverbrugbaar ravijn? Mijn zwijgen doet de openheid uit mijn houding verdwijnen. Zet ik mezelf daarmee op de achtergrond? Ik vermoed van wel, maar de spanning zorgt dat ik er niet anders mee om kan gaan.

Ik ben niet de enige

Eén voor één sijpelen ook de anderen binnen. Herken ik bij hen ook niet een vleugje spanning? Ik denk meteen van wel en dat stelt me eigenlijk een beetje gerust. We gaan het samen aan met eenzelfde ingesteldheid. Er hangt een sfeer van aangename nieuwsgierigheid en gezonde spanning.

Het begint

Net 10 uur gepasseerd en we beginnen eraan. Even een voorstelrondje en dan de eerste oefening. Schijnbaar is het een heel eenvoudige opdracht, maar al meteen geeft het me ook een aftasten en rondkijken van hoe de anderen ermee omgaan. Zo eenvoudig is het om een inkijk te geven in mijn leven. Meteen zonder dat ik de anderen ken. Ik krijg het benauwd, maar kan niet meteen plaatsen waarom. Ik moet mezelf kenbaar maken, mijn ik laten zien en dat is iets wat ik normaal helemaal niet doe. Ik verstop me achter anderen of geef de fakkel zo snel mogelijk door en dat gaat nu even niet. Ik kan niet anders dan het aangaan. Gelukkig hoefde ik niet de spits af te bijten, want dan was het helemaal misgegaan. Na enkele lotgenoten voel ik dat ik het wel aankan en waag mijn kans. Oef, dat ging goed.

De dag is nog lang

Er komt een lotgenoot aan de beurt die het niet zo goed afgaat. Meteen wordt ze opgevangen en doordat ik zie hoe dat gedaan wordt, voel ik me ook opgevangen. Ik voel de vertwijfeling op de moment dat ze steun nodig heeft. Wat moet ik doen? En wat kan ik doen om mezelf erbij te houden. De dag is nog lang … De begeleiders doen ademhalingsoefeningen met de groep. Die doen goed en zoals ik het ervaar zijn ze voor iedereen welkom. Voor mij wordt er daar ook een proces van herkenbaarheid op gang gebracht. Iedereen hier heeft worstelingen en de gedeelde kwetsbaarheid maakt het makkelijker om die ook een plaats te durven geven.

Levensverhalen

Daarna komen onze levensverhalen aan bod, op een manier waar we zelf invulling aan kunnen geven. Zelf bepalen wat ik meegeef en hoe. Niet zo simpel en ik realiseer me dat ook daar weer een verborgen stuk van mezelf ligt. Dus ik moet grenzen overwinnen, om toch een deeltje kenbaar te maken. De verhalen van de anderen doen me veel. Herkenbare en minder herkenbare stukken, maar bovenal levens waar ik bewondering voor heb. Dan slaat de twijfel weer toe. Mijn struggle voelt helemaal niet zo zwaar aan als die van anderen, en dan voel ik me zo ontredderd. Waarom ga ik onderuit? Zo erg is het toch ook weer niet wat er gebeurd is? Ik kan het helemaal niet goed hanteren, voel me zwak en oh, zo stom.

Schaamte speelt op

Schaamte speelt zijn rol, schaamte voor wie ik ben, wat mijn leven is. Probeer ik het daarom zo te verbergen? Zodat anderen geen oordeel over me kunnen vellen? Dat is waar ik bang voor ben, dat anderen me net zo zwak vinden als ikzelf.

Spiegels van de worstelingen

Opnieuw word ik overvallen door spiegels van mijn worstelingen. Levens die subtiel geraakt zijn door de invloeden van het misbruik. Ik herken het en vind het vooral erg voor de ander. Die pijnlijke confrontatie met hun onbeschermd zijn. Ik weet niet hoe ik erop moet reageren. Is het voldoende om gewoon te luisteren? Ik heb de indruk dat iedereen er een beetje stil van wordt. Veelvuldig passeren de momenten die flirten met de grenzen van mijn window of tolerance. Kan ik dit aan?

Op adem komen

Gelukkig keert de rust tijdens de middag weer wat terug. De voormiddag is al heel kortbij gekomen, maar ik ben ook heel tevreden met de manier waarop ik het heb overleefd. Geen blunders begaan, geen fluisteringen, stilvallen of hakkelen. Wat ik al durf meegeven, is me toch een beetje gelukt. Nu schijnt het zonnetje ook nog en is het genieten van een fijne wandeling in de mooie omgeving. Het is ook even nodig om plaats te maken voor stil bij elkaar zijn. Elk zijn verhaal en gedachten, maar toch ook samen, zonder al te veel woorden.

Namiddag is het heel wat ingewikkelder

In de namiddag komt de confrontatie met momenten van aandacht. Ik word uitgenodigd om mezelf in de schijnwerper te zetten, om gehoord te worden. Daar worstel ik mee, heel duidelijk en ik weet nog niet hoe ik er anders mee om kan gaan. De spanning stijgt meteen naar grote hoogten. Floep, alles wordt leeg. Ik weet niets meer uit te brengen en kan niet meer helder denken. Aangeven dat het te veel wordt en zo voor mezelf zorgen, lukt niet goed. Er zijn ervaringen die ik nog niet in woorden kan vatten. Daarvoor heb ik nog wat tijd nodig.

Nooit meer?

Terwijl ik naar huis rijd, maakt dit me het meest van streek. Mijn eerste gedacht is: ‘Dat wil ik niet meer, daar wil ik niet meer aan blootgesteld worden. Daar ben ik niet klaar voor.’ De meerwaarde van de weinige woorden die lotgenoten nodig hebben om je helemaal te begrijpen, komen even als boomerangs in mijn gezicht terug. Even maar. Want nu ben ik dankbaar voor de kans die ik kreeg om samen met lotgenoten te ontdekken dat er zoveel meer in het leven zit.

Krachtig verder zoals de naam van het traject al beloofde …