Familie perikelen: als contact niet vanzelfsprekend is

Als je geen contact meer hebt met je familie

Familie is je basis. Als je geen contact meer hebt met je familie, slaat dat een groot gat in je leven. Een gat dat niet zo gemakkelijk te vullen is. Seksueel misbruik bespreekbaar maken binnen je familie maakt dat iedereen zich er toe moet verhouden. Dat word je niet altijd in dank afgenomen. Soms keert een familie zich als een blok tegen het slachtoffer.

Je bent niet de enige

Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, kan ik je zeggen dat je niet de enige bent die geen, of geen positieve, band heeft met zijn of haar familie. Maar al te vaak laat familie juist het slachtoffer in de steek. Ontkenning is ook voor omstanders een overlevingsmechanisme. In sommige familiesystemen heerst de opvatting dat je ten allen tijden moet voorkomen dat de ‘vuile was’ naar buiten komt. Dat het slachtoffer hierbij in de kou komt te staan, wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.

De schuldenlast

Wanneer seksueel misbruik binnen een gezinssysteem plaatsvindt, wordt de schuld door het hele gezinssysteem ervaren. Omdat die schuld moeilijk te dragen is, wordt die schuldenlast maar al te vaak verlegd. Helaas komt deze vaak op de schouders van het slachtoffer dat de stilte doorbreekt. In plaats van hen te erkennen en steunen, worden zij verlaten en verguisd, vanwege het feit dat ze praten over het onzegbare.

Mijn ervaring met familiereacties

Ondanks het feit dat de dader in mijn geval van buiten het gezinssysteem kwam, heeft iedereen uit mijn gezin het moeilijk gehad. In de tijd dat ik begon met hierover te praten, was me dat niet duidelijk. Ik was gewoon op zoek naar steun en erkenning. Gelukkig was die er in mijn geval ook, al vond ik die vooral buiten het gezin. Mijn gezinsleden hebben elk individueel hun eigen proces moeten doorlopen.

Ieder draagt zijn eigen schuld

Ik ben inmiddels geheeld en kan als het ware als vanuit een helikopter naar de situatie kijken. Ik zie dan de ‘vreemde’ reacties van mijn gezinsleden en ik zie hoe hun schuldgevoelens daarin doorklinken. Dat maakt dat ik er niet meer vanuit mijn eigen pijn op hoef te reageren.

Mijn moeder

Ik heb in mijn eerste boek verteld hoe mijn moeder reageerde en hoeveel goed me dat heeft gedaan. Toch is daarmee het verhaal niet af. De eerste keer dat ik haar over het seksueel misbruik vertelde, stond ik nog aan het begin van therapie en het heeft me een aantal jaren gekost voordat ik daar doorheen was. Zware jaren. Jaren waarin ik geen actieve steun van mijn moeder heb gehad.

Ik kon haar ook niet steunen

Jaren ook waarin mijn moeder geen steun heeft gehad van mij. Wij beiden waren we niet bij machte om dat te veranderen. Ik heb later gehoord dat zij hulp heeft gevonden bij haar zus, mijn tante, die gelukkig heel goed in staat was om haar aan te horen en te steunen. Ik heb mijn heil bij therapie en vrienden gezocht.

De schuldgevoelens van mijn moeder

Pas nadat ik op televisie was geweest, bij ‘Achter de voordeur‘ hoorde ik dat mijn moeder al haar vriendinnen had gezegd dat ze moesten kijken, omdat ze trots was op mij. Iets in mij ontdooide, iets waarvan ik niet eens wist dat het bevroren was: de liefde voor mijn moeder. Wat ik van mijn tante hoor, is dat mijn moeder zich heel schuldig en verdrietig heeft gevoeld.

Mijn moeder

Voor het eerst konden we het er samen over hebben. Over de tijd dat het seksueel misbruik speelde. Over de brutaliteit van de dader en hoe hij ook haar ingepalmd had. Over hoe mijn vader (die overleed toen ik 14 was) hem altijd de ‘luchtfietser’ noemde. Ze kon zeggen hoe schuldig ze zich had gevoeld en dat ze het niet had gezien. Dat ze wel het idee had dat er ‘iets’ niet helemaal klopte, maar dat er in die tijd helemaal niets over seksueel misbruik bekend was. En ik kon er naar luisteren.

Ik heb geluk gehad

Ik werk lang genoeg als coach met seksueel misbruikte klanten, om te weten dat ik enorm geluk heb gehad. Helaas komt het doemscenario van het verbreken van alle familiebanden ook voor. Dat is een heftig scenario dat in feite een extra trauma oplevert. Of voorwaardelijk contact, je mag er zijn, maar dan zonder je verhaal, zonder erkenning. Ook dat slaat diepe wonden.

Het begeleiden van de onthulling

Als coach zie ik dat veel verdriet en pijn voorkomen kan worden door de onthulling naar de familie goed voor te bereiden. Door alle scenario’s te bekijken en waar mogelijk ook te zorgen dat er goede opvang komt voor je familie.

Bevrijding van schuld – Gastblog Jan van Gijn

Bevrijding van schuld

Jan van Gijn, gastbloggerIn de vorige blog vertelde ik, hoe ik de schuld op mij nam, voor het feit dat ik er was en hoe ik daardoor steeds meer van mijzelf vervreemdde.

In deze blog beschrijf ik, hoe ik me van die schuldenlast bevrijdde.

Vrijspraak

Ik ben niet schuldig aan mijn bestaan. Ik heb niet onvoorzichtig gevreeën. Ik kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de problemen, waar mijn moeder door haar ongewenste zwangerschap in terecht kwam. En ik heb het seksueel misbruik beslist niet uitgelokt.

Ik ben slachtoffer

Ik ben geen dader of veroorzaker, maar slachtoffer. Dus ik hoef daar niet voor te boeten. Maar ik ben er wel door beschadigd en daar moet ik wel van helen.

Tot besef komen

Ik heb er een heel leven over gedaan, om tot deze eenvoudige, voor de hand liggende vaststellingen te komen. Hoe kan dat? Zelf zie ik het inmiddels zo: ik moest eerst tot mijzelf komen, om deze schuldillusie te ontmaskeren, om mijn eigen verhaal te ont-dekken. En dat was een lange weg; de weg terug uit het doolhof, waarin ik verdwaald was.

De illusie ontmaskeren

Dat ik ‘er niet mag zijn’ is de illusie waarin ik gevangen zit, vanaf het moment dat ik de schuld van mijn bestaan op mij neem. Het is een hardnekkige en ingewikkelde illusie: een veelkoppig monster.

De eerste barst

Ik ben achtentwintig als de eerste grote barst in die illusie zichtbaar wordt. Ik heb de droom van mijn moeder waargemaakt: ik heb een zeer goede baan, heb aanzien en een goed salaris, woon in een mooi huis en heb een voltooid gezin met een zoon om trots op te zijn. Alles zou goed moeten zijn, maar ik voel geen voldoening. In plaats daarvan voel ik leegte en diepe onvrede. Ik zoek hulp bij een psycholoog. Die zegt dat ik OK ben. Het is een pleister, waar ik een tijdje mee verder kan.

Echtscheiding

De tweede barst in de illusie is dat ik ga scheiden. Ik volg mijn gevoel dat we een verkeerde match hebben, omdat we het slechtste in elkaar naar boven halen. Hiermee haal ik de veroordeling van mijn moeder, mijn familie en die van mijn ex en mijn hele vriendenkring op mijn hals. Ik voel me heel slecht en schuldig, waardoor ik een weerloze speelbal word voor mijn wraaklustige ex, maar ik blijf trouw aan mijn gevoel en zet wel door.

Ik ga op zoek naar een betere moeder en een tijd lang vind ik allerlei lieve vriendinnen, die mij knuffelen en bevestigen. Dat drink ik gulzig op.

De ommekeer

Het keerpunt in mijn leven is de ontmoeting met mijn huidige vrouw. Zij belichaamt alles, wat ik als baby aan mijn moeder gemist heb: warmte, loyaliteit, vitaliteit, spontaniteit, zinnelijkheid. Zij ziet mij en wordt blij van mij. Maar zij confronteert mij ook. Zij noemt mij een moederskindje en dat steekt, want het is waar.

Een lange reis terug naar mezelf

Mijn lange reis door therapieland begint: bevestigende therapie, lichaamswerk, stemexpressie, terug naar mijn verleden. Dat levert geen echte doorbraak op, maar het maakt me gaandeweg wel steeds bewuster, dat ik er niet mag zijn en hoe mij dat remt.

Gevecht met mijn innerlijke moeder

Ik haal mijn moeder stapje voor stapje van haar voetstuk af. Het kost veel moed en moeite, maar ik leer stapje voor stapje, om boos op haar te worden. Mijn boosheid toelaten verzwakt mijn schuldgevoel: ik draai de rollen om en ga haar beschuldigen. Tijdens een van de therapieën komt er een helder beeld.

‘Mijn moeder is heel groot, een reuzin en ik ben een klein jongetje. Ik zit met een stevig elastiek aan haar vast en probeer van haar weg te rennen. Dat lukt een eindje, totdat het elastiek helemaal op spanning staat en mij onherroepelijk terugtrekt. Ik kan niet aan haar ontsnappen. Toch probeer ik het eindeloos. Dan krijg ik een inzicht: weglopen heeft geen zin, maar me omdraaien en naar haar toelopen wel. Ik raap mijn moed bij elkaar en loop naar haar toe. Met iedere stap zie ik haar kleiner worden en word ik zelf groter. Als ik bij haar ben steek ik boven haar uit en is mijn angst voor haar verdwenen.’

 

Acceptatie, maar geen vergeving

Later ga ik me verdiepen in de situatie rond mijn verwekking en geboorte en in de familiegeschiedenis van mijn moeder. Ik ga begrijpen, hoe zij zo geworden is en waarom zij zo gehandeld heeft. Dat stemt mij milder, ik kan accepteren, dat het zo gelopen is. Een kwestie van oorzaak en gevolg. Maar vergeving is (nog?) een brug te ver voor mij. Ik houd afstand. En ik blijf er moeite mee houden, hoe dit mijn leven bepaald heeft. Zij was geen goede moeder voor mij, ook al bedoelde ze het niet kwaad en treft ook haar geen schuld.

De remmende werking van schuldgevoel

Mijn schuldgevoel remt mij af. Dat wordt steeds onverteerbaarder voor mij. Ik leef onder de maat. Dit ervaar ik heel concreet, als mijn eerste kleindochter met veel problemen geboren wordt, nu twaalf jaar geleden. Ik ervaar, hoe krachtig ik me in die situatie voel en handel. Zo wil ik graag altijd zijn.

De formule verandert, mijn verlangen ontwaakt

Geleidelijk aan verandert mijn formule: “ik mag er niet zijn” wordt “mij is de toegang tot het leven ontzegd”. Daar zit al meer verontwaardiging en verzet in. En ook een verlangen, om wel te leven.

Ik blijf niet langer dralen op de rand van de kloof; ik spring. Ik wil mijn waarheid weten, hoe pijnlijk die ook is en wat de consequenties ook zijn.

Het gaat stromen

Nu vind ik wel de juiste mensen, de juiste hulp. Ik ga drie jaar naar een haptonomie-therapeute. Zij leert mij voelen en op mijn gevoel vertrouwen. Het belangrijkste: zij bevestigt mij in mijn Zijn. Mijn formule wordt: “Ik mag er zijn”. (later kwam daar nog een aanvulling op: “dus ik hoef niet meer te boeten”.)

Ik voel me niet meer schuldig

De angel is daardoor uit mijn lijden, ik voel me niet meer schuldig. Mijn leven wordt hierdoor een heel stuk lichter. Ik ga dansen: biodanza. Mijn lichaam geeft zich over aan de muziek en daar geniet ik enorm van. Ik leer om me te laten gaan in de dans: alleen en samen.

Ik vind een goede EMDR-therapeut, die mij inzicht geeft. Hij breekt mijn verdediging open en bemoedigt me. Met hem verwerk ik mijn trauma’s van rond mijn geboorte. Bij hem komt ook voor het eerst het seksueel misbruik te voorschijn.

Ik stop met werken en kies voor mezelf

Ik besluit, om vervroegd te stoppen met werken. Dat geeft mij veel vrijheid. Mijn eerste huwelijk en mijn stoppen met werken staan voor mij symbool voor kiezen voor mijzelf en breken met de verstikkende patronen, die het gevolg zijn van mijn schuldige zijn.

Mijn helingsproces gaat door: Ik bevrijd mezelf

Ik doe de opleiding haptonomie, waarin ik vele herbelevingen heb. Ik krijg talloze handvatten voor wat normaal affectief contact is. Ik bouw het vertrouwen op dat ik het zelf kan, dat mijn helingsproces wel doorgaat. Ik volg een droomcursus en krijg tijdens de cursus de ene helingsdroom na de andere, die mij bevestigen dat ik nu vrij ben.
Stap voor stap verwerk ik het seksueel misbruik: dat beschrijf ik apart in mijn volgende blog.

De eindformule?

Mijn formule nu is: “ik ben er”. Dat heeft een mooie dubbele betekenis. Langzaam groeit er een zinnetje achteraan: “en daar ben ik blij mee”. En ik kan steeds beter voelen, dat mijn dierbaren ook blij met mij zijn.

Jan van Gijn

De last van schuld – Gastblog Jan van Gijn

Afgewezen als baby

IkJan van Gijn, gastblogger heb heel weinig herinneringen aan mijn jeugd. Tijdens de therapie komen er aanvankelijk alleen maar beelden en korte filmpjes.

Flashback:

‘Ik ben 9 maanden en kruip onbevangen rond over de grond. Aan de andere kant van de kamer zitten 3 volwassenen naast elkaar: mijn moeder en mijn oma en opa. Ik kruip naar hen toe en klim langs de knieën van mijn moeder omhoog. Als ik sta, maaien ze me gedrieën neer met één synchrone beweging van hun rechterarm.’

Verbouwereerd en verbijsterd val ik op de grond.

Mijn moeder’s versie

Volgens mijn moeder lig ik als baby meestal passief op mijn buik in de wieg en box. Er is moeilijk contact met mij te krijgen, ik wil niet aangeraakt worden. Ik komt pas een beetje tot leven, als het tweede kind geboren wordt. Als peuter en kleuter ben ik vaak ziek. Daarna word ik een heel gemakkelijk kind: nooit problemen, nooit lastig.

Mijn ervaring van binnenuit

Mijn verhaal van binnenuit is heel anders dan mijn moeders versie. Het is een verhaal van schuld. Als baby voel ik, dag in, dag uit, dat mijn moeder mij afwijst. Dat voel ik aan hoe ze naar me kijkt, hoe ze me vastpakt. Ik ben verbijsterd, verlamd. Ik voel me en ben volstrekt machteloos en hulpeloos. Ik word aan mijn lot overgelaten. Ik kan niks doen, het alleen maar ondergaan. Ik capituleer: dat is onvermijdelijk. Ik geef de hoop dat het nog goed komt op. Ik ben aan het overleven.

Ik verklaar mijzelf schuldig

Als mijn broer geboren wordt, voel ik dat mijn moeder daar wél blij mee is: ze lacht naar hem en knuffelt met hem. Mijn opa en oma komen ineens weer op bezoek. Het moet dus wel aan mij liggen. Ik ben schuldig, ik heb mijn moeder ongelukkig gemaakt. Het is mijn schuld en ik moet boeten. Ik mag haar niet tot last zijn. Als ik heel erg mijn best doe, kan ik er voor zorgen dat zij trots op mij is, dat zij blij met mij wordt. Ik onderwerp me aan haar, als een slaaf.

Wat de schuld met me doet

De schuld maakt me week, weerloos, machteloos: ik lever me uit aan mijn moeder en maak mijzelf klein, een willoze speelbal. Mijn onderwerping is totaal. Al schrijvende realiseer ik me helder en cynisch: zo word ik een hapklaar brokje voor de eerste de beste pedofiele buurman.

Flashback:

‘Ik speel in de speeltuin en mijn moeder staat aan de kant. Ik speel wel, maar ik ben met mijn aandacht volledig bij mijn moeder: heeft ze nog aandacht voor me? Ik let voortdurend op haar ogen. Het voelt doodeng, om haar aandacht te verliezen. Een kwestie van leven en dood.’

Hoe voelt schuld

Me schuldig voelen dat ik besta is de rode draad in mijn leven. Mijn formule is: “Ik mag er niet zijn“. Daar zit schuld en berusting in. Ik voel me slecht, eenzaam en wanhopig als een kansloze drenkeling. Met de moed der wanhoop probeer ik het mijn moeder naar de zin te maken, maar dat is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. De veroordeling van mijn bestaan, mijn ‘Zijn’ zit allang in mijzelf.

Het seksueel misbruik is de genadeslag

Op mijn zevende word ik seksueel misbruikt en dat is de genadeslag. Ik kruip helemaal in mijn schulp en ik word nu pas echt eenzaam. Ik kan mijn moeder toch niet lastig vallen met deze akelige ervaring? Ik vervreemd nog verder van het gezin en van mijzelf. Het wordt een tweede natuur om onmiddellijk te verdwijnen als ik me onveilig voel. Dat verdwijnen kan vele vormen aannemen. Letterlijk verdwijnen naar mijn kamer, gaan zwerven, niet lastig zijn, goed presteren, liegen, ontkennen, ontwapenende grapjes. Het meest effectief is mijzelf uitzetten. Ik draai gewoon de knop om.

De gevolgen

Als puber zit ik emotioneel volledig op slot en ben ik heel afwerend. Daardoor kom ik arrogant en afstandelijk over. Al snel komen de lichamelijke klachten, depressieve gevoelens, overspannenheid. Ik kan het leven niet aan. Ik ben altijd moe, slaap slecht, ik ben overgevoelig voor geluiden, voor verstoringen, bij de geringste tegenslag ben ik volledig van de kaart. Ik sleep de enorme schuld van mijn bestaan met mij mee.

Dromen voorspellen mijn helingsproces

Maandenlang, misschien wel jarenlang, droom ik dat ik met een zware rugzak in mijn eentje een berg op loop. In de loop van de maanden wordt het landschap steeds kaler en onherbergzamer. En vooral ook kouder. Een desolaat landschap. En ik loop maar door, zonder gedachten, zonder gevoel. Alleen maar wilskracht.

Rond mijn veertigste, ruim voordat ik met mijn helingsproces aan de slag ga, verandert de droom: ik stuit op een diepe kloof. De bodem kan ik niet zien: de kloof is gevuld met wolken. Ik sta aan de rand en kijk er overheen. Wekenlang droom ik dat ik aarzel aan die rand. Durf ik te springen?

Een sprong in het diepe

Uiteindelijk spring ik. Tot mijn verbazing val ik niet te pletter. Ik val zelfs helemaal niet, maar blijf zweven, alsof ik zelf een wolkje ben. Ik voel me licht en vrij, en dat voelt heerlijk. Even later dwarrel ik als een blaadje naar beneden en ook dat voelt heerlijk. Ik land zachtjes op de bodem van de kloof. Daar zie ik het begin van een lange glijbaan. Ik aarzel niet en laat me naar beneden glijden. Eerst verschijnen de bomen, de weiden, dan de koeien en dan de mensen. Ik zie een bewoonbare vriendelijke wereld. Ik stap van de glijbaan af, het leven in. Mijn leven.

Jan van Gijn