Vrijen na seksueel misbruik – Gastblog Jan van Gijn

Vrijen na seksueel misbruik

Jan van Gijn, gastbloggerNatuurlijk is mijn seksuele beleving en gedrag aangetast door mijn seksueel misbruikt zijn. Maar het is ook mede bepaald door andere zaken, zoals mijn opvoeding en eerdere trauma’s. Het is een optelsom met een nogal verwarrende uitkomst.

Ik heb zelden zin om te vrijen

Hoe het vrijen bij mij meestal gaat: Ik heb er zelden zin in. Ik merk wel wanneer mijn hormonen opspelen, dan word ik ongedurig, onrustig. Ik kan dus wel voelen wanneer ik zin ‘zou moeten hebben’, maar het voelt eerder als onlust dan als lust.

Vrijen vanuit mijn hoofd

Mijn drang om te vrijen komt uit mijn hoofd. Het voelt als presteren, ik moet mijzelf er haast toe dwingen. Het liefst heb ik, dat mijn vrouw het initiatief neemt en dat ik volg. Door het voorspel word ik meestal wel opgewonden. Maar als er iets onverwachts gebeurt, verdwijnt mijn erectie onmiddellijk.

Bevriezen tijdens het vrijen

Als we gaan vrijen, komt er bijna altijd een moment dat ik letterlijk en figuurlijk verstijf. De lust ontglipt me. Ik probeer de lust wanhopig vast te houden, door fantasieën op te roepen of me heel sterk op mijn erectie te richten. Dat is het moment dat ik het contact met mijn vrouw helemaal verlies. Ik ben alleen maar met mijzelf bezig.

Schuld en schaamte tijdens het vrijen

Soms houd ik het langer vol en voel ik het orgasme naderen. Dan verkramp ik. Ik word bang en haak af. Dat vind ik heel akelig voor mijzelf en voor mijn vrouw. Ik voel me dan schuldig en slecht. Ik schaam me en voel het als een persoonlijk falen. Dat bevordert mijn zelfvertrouwen op dit gebied natuurlijk niet.

Ik houd mezelf voor de gek als het om vrijen gaat

Zo modderen we tientallen jaren door. Al mijn afweersystemen trek ik hierbij uit de kast: hopen, mijn best doen, ontkennen, bagatelliseren, rationaliseren, beloven. Het komt er op neer dat ik mijn vrouw en mijzelf voor de gek houd. Het ontwricht onze relatie steeds meer.

Het genot van de uitzonderingen

Er zijn zeldzame uitzonderingen. Soms gaat het helemaal vanzelf en kan ik me wél laten gaan, zoals in periodes dat ik verliefd ben of heel ontspannen. Als ik mijzelf bevredig ben ik ook minder verkrampt, al gaat het zeker niet vanzelf.

De schop die ik nodig heb

Het is 2009.
Mijn vrouw heeft genoeg van het geploeter met mijn seksualiteit en ze zegt: ‘ik begrijp er niks van: je hebt tederheid, alles functioneert, je houdt van me maar je wilt bijna nooit met me vrijen.’ Ze zegt ook: ‘Je doet mij daarmee te kort en daar lijd ik onder.’
Het raakt me diep. Ik weet één ding zeker: ik wil haar niet verliezen, dus ga ik op zoek. Ik wil weten wat mij in de weg zit.

Zoektocht naar seksualiteit

Na wat omwegen ga ik naar een tantra-therapeute. Het klikt. Toch zijn mijn weerstanden enorm. Het is een uur rijden naar haar toe. Op iedere heenrit doe ik het letterlijk bijna in mijn broek van angst en moet ik als een haas een café opzoeken. Tijdens de sessies heb ik het steenkoud en ben zo gespannen als een veer. Ondanks de spanning voel ik op een gegeven moment wel lust in mijn onderbuik, op een manier die ik niet ken. Het is prettig. Toch blijf ik verlamd en krijg ik geen erectie. De therapeute spreekt het vermoeden uit dat ik seksueel misbruikt ben. Ze kan mij daar niet mee verder helpen.

Nu wil ik het weten!

Ik ga naar een psychotherapeut die veel ervaring heeft met mensen die seksueel misbruikt zijn. Hij neemt mij een uitvoerige seksuele anamnese af en concludeert dat mijn vrouwelijke seksualiteit (tederheid, ontvangen, gevoeligheid voor omstandigheden) wel is ontwikkeld, maar mijn mannelijke seksualiteit (initiatief, gerichtheid op bevrediging) nauwelijks. Hij betwijfelt of dit terug te voeren is op seksueel misbruik. We gaan in eerste instantie met mijn andere trauma’s aan de slag. Hij is net zo verbaasd als ik, als de beelden van het misbruik toch in de therapie te voorschijn komen.

Onbekommerd vrijen

Hij verzekert mij, dat mijn seksuele blokkade nu weg is en dat ik alles in huis heb, om samen met mijn vrouw een prima seksleven te hebben. Het duurt een paar maanden, maar dan gebeurt het inderdaad. Vol verbazing merk ik, dat ik zin krijg, initiatief neem, ontspannen blijf, het contact met mijn vrouw moeiteloos behoud, niet verkramp bij het klaarkomen. Kortom: we hebben onbekommerde seks.

Terugval: Ik geef de hoop op

Dit duurt een paar weken en dan verdwijnt het weer, zo maar. Af en toe komt het nog terug, maar hoogstens voor een of twee dagen. Ik weet het niet meer. Ik heb geen zin in nog meer therapie. Ik geef de hoop op een normaal seksleven op.

Het monster onder ogen zien

Een maand geleden heb ik ineens weer veel zin om te vrijen, maar al snel raak ik mijn lust en erectie kwijt. Deze keer ben ik heel erg teleurgesteld. Mijn vrouw vraagt wat er is. Ik heb geen flauw idee: ik voel alleen maar diepe frustratie en leegte. Zij vraagt door. Ik probeer me open te stellen.

‘Ik zeg ineens: “ik kijk mijn monster in zijn bek”. Het is een vaag zwart monster met een opengesperde muil met blikkerende tanden. Als ik beter kijk, ontdek ik, dat het helemaal geen monster is, maar vieze, zwarte kleverige pek, die overal aan mij plakt. Ik voel me besmeurd, ik voel dezelfde walging en misselijkheid als tijdens de EMDR-sessie. Ik kan de pek zien en voelen.

 

Heling door visualisatie

Dan besef ik: die pek is de smerige seksualiteit van de buurman, die nog steeds aan mij kleeft. Ik probeer de pek van mijn arm af te trekken. Dat kost veel moeite, maar het lukt wel. Ik visualiseer sindsdien regelmatig, dat ik plakken pek van mij afhaal. Ik weet, dat mijn lust onder die pek aanwezig is. Ik krijg weer vertrouwen. En er zijn ook kleine veranderingen. Ik zie het als een kwestie van ontdooien. En van lange adem.

Jan van Gijn

Wat vertel ik de kinderen over mijn incest-verleden?

De vraag van ‘Mooiezooi’: Wat vertel ik de kinderen over mijn incest-verleden?

Deze vraag van ‘Mooiezooi’ is er echt eentje om over na te denken. Wanneer je incest of seksueel misbruik hebt meegemaakt, dan ben je nooit het enige slachtoffer. Je hele netwerk, familie, partner, vrienden, iedereen heeft er direct of indirect mee te maken. Zelfs wanneer je het goed verwerkt hebt, heeft het veel invloed gehad op je leven. Daarmee heeft het zijn impact op iedereen die van je houdt.

Mooiezooi geeft aan dat zij haar eigen incest verleden goed verwerkt heeft en niet zal instorten als ze het haar kinderen zou vertellen, maar vraagt zich af of het voor de kinderen (puberleeftijd) niet te belastend zal zijn. Het is niet niks wat je een kind vertelt, over hun opa in dit geval, zelfs al zien de kinderen opa nooit. Is het beter om het verleden te laten rusten?

Vragen voor ouders die seksueel misbruikt zijn:

  • Moet ik het de kinderen vertellen?
  • Wat is een goede leeftijd om het te vertellen?
  • Hoe vertel je zoiets?

Leren omgaan met de realiteit

Kinderen zijn de wereld nog aan het leren kennen. Ik ben een groot voorstander van leven in de realiteit. Helaas is de wereld geen sprookjesparadijs (al kan het er in sprookjes overigens ook behoorlijk gewelddadig aan toe gaan). Je taak als ouder is niet om je kind te behoeden voor al het ‘kwade’ in de wereld. Jouw taak is om hen de tools, het vertrouwen en de ruimte te bieden om te leren omgaan met de wereld. Daarbij hoort ook de realiteit van incest en seksueel misbruik.

In Nederland wordt 1 op de 4 meisjes seksueel misbruikt

De realiteit is niet anders en de kans dat jouw kind te maken krijgt met seksueel misbruik is gewoon 25% als het een meisje betreft. Jongens scoren 1 op de 6 en dat komt neer op 16%, ook zeker niet te verwaarlozen. De kans dat een kind bijvoorbeeld aangereden wordt is vele malen kleiner (minder dan de helft). Toch vertellen we kinderen al van kleins af aan uit te kijken met oversteken. Op dezelfde manier denk ik dat we kinderen van jongs af aan moeten vertellen over seksueel misbruik.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee

Zou ik adviseren om het de kinderen te vertellen? Jazeker zou ik dat. Ik zou zelfs zeggen, zo vroeg mogelijk. Kinderen krijgen absoluut iets mee van wat er speelt en als ze het fijne er niet van weten, gaan ze zelf invullen wat er aan de hand is. Kinderen hebben daarbij ook nog de neiging om de schuld naar zichzelf toe te trekken. Wanneer ze van jou horen wat er aan de hand is, kunnen ze ook met hun vragen bij jou terecht.

Hoe licht je een kind in over je incest-verleden?

Hoe je een kind inlicht over het verleden is van veel factoren afhankelijk. De leeftijd van het kind is natuurlijk belangrijk, maar ook de aard van het kind. Kinderen zijn best in staat om te begrijpen, al vanaf heel jong, dat opa vervelende dingen heeft gedaan en dat je hem daar de kans niet meer voor wilt geven. Het vertellen is gelijk een mooie aanleiding om eens met je kind te praten over grenzen. Vanaf een jaar of twaalf snappen kinderen zeker waar het over gaat als je het over incest of seksueel misbruik hebt.

Praten over (on)gezonde seksualiteit

Wanneer je zelf al door het proces van helen heen bent en je kunt er goed over praten, zou ik de kinderen op de hoogte brengen. Net zoals je waarschuwt voor het verkeer, je hen voorlicht over de mechanische aspecten van seksualiteit, zou ik hen ook vertellen over wat er gebeurt als het mis gaat. Als iemand over je grenzen gaat en wat je kunt doen als dat gebeurt. Gezien het feit dat de gemiddelde leeftijd waarop seksueel misbruik begint acht jaar is, kan je er volgens mij niet vroeg genoeg mee beginnen om kinderen daar bewustzijn op te geven. Dat het jou overkomen is, maakt je dan gelijk tot de expert en degene aan wie ze dat soort moeilijke dingen kunnen vragen.

Wat als je het nog niet goed verwerkt hebt?

Als je het verleden nog niet goed verwerkt hebt, denk ik ook dat het van belang is dat de kinderen op de hoogte zijn van wat er is gebeurd. Ze hoeven geen details te weten, maar als jij als vader of moeder nog in therapie bent, triggers hebt of depressieve buien, dwanghandelingen of welke van de lange termijn effecten van seksueel misbruik dan ook, dan hebben je kinderen daar mee te maken. Het is van groot belang dat ze snappen dat het niet hun schuld is, dat ze weten waar het vandaan komt, op hun eigen niveau. Als je er zelf niet over kunt praten, is het een goed idee om je partner of een vertrouwenspersoon te laten vertellen. Op die manier hebben ze gelijk ook weer iemand waar ze met vragen naar toe kunnen.

Praat over de betekenis van incest en seksueel misbruik, niet over de details

Ik denk dat geen enkel kind zit te wachten op de details van wat je precies met opa moest doen. Wat van belang is, is dat het kind snapt welke nare gevoelens erbij komen kijken. Dat het soms niet eens hele grote dingen hoeven te zijn, maar dat niemand het recht heeft om je dat nare gevoel te geven. Dat het kind snapt dat dat is waarom het verboden is om over andermans lichamelijke grenzen te gaan.

De winst van zo’n gesprek

Een gesprek over je eigen verleden is een goede gelegenheid om het met je kind te hebben over grote thema’s. Over wat respect is, wat grenzen zijn en hoe je het beste met seksualiteit kunt omgaan, om te voorkomen dat je een ander pijn of verdriet doet. Je kunt het hebben over hoe je omgaat met druk van anderen, als het om je eigen grenzen gaat. En je kunt nog maar eens benoemen dat je kind met al zijn of haar problemen bij je kan komen.

Leestip: De stem van het kind van Hanny Lynch

Het boek is een serie interviews van (inmiddels volwassen) kinderen met ouders die seksueel misbruikt zijn. Ik schreef een review en je kunt het boek ook meteen daar bestellen. Zie: Recensie ‘De stem van het kind’.

Recensie: ‘Het verschil maken’ van Sonja Leferink

Het verschil maken bij seksueel geweld en seksueel misbruik

Afgelopen zaterdag was de internationale dag van het slachtoffer en daarop vooruitlopend gaf slachtofferhulp op vrijdag 21-02-2014 een symposium met als titel ‘Het verschil maken’. Een titel die Sonja Leferink ontleende aan mijn lezing op het symposium ‘Diagnostiek en hulpverlening bij seksueel misbruik’ vorig jaar.

Boekje: ‘Het verschil maken’

Het verschil maken, boek van slachtofferhulp Nederland, Sonja Leferink

Aan het einde van de dag kregen we allemaal het boekje: ‘Het verschil maken’ mee naar huis. Het boekje is een verdieping van het symposium, waarin uitgebreid gesproken is met een aantal slachtoffers, ervaringsdeskundigen, vrijgevestigde therapeuten en met allerlei disciplines uit het ‘reguliere’ circuit. Een helder beeld van de stand van zaken op dit moment.

Maakt het boekje het verschil?

Het boekje maakt zijn titel deels waar. Het brengt duidelijk aan het licht waar de gaten in de huidige hulpverlening zitten en geeft ook een beeld van ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Het roept op tot samenwerking tussen de hulpverlening en het justitiële circuit. Het legt de vinger op de zere plek waar het de rechtspraak betreft en de beperkingen die hierin gelden voor de slachtoffers. Het laat zien dat het grootste gat in de hulpverlening zit overigens, voor mij niet verrassend, in de hulp aan volwassen overlevers van seksueel misbruik.

‘Het verschil maken’ vóór of mét slachtoffers

Het boekje spreekt over ‘samenwerken vóór slachtoffers’. Ik zou zelf liever spreken van samenwerking mét slachtoffers. De slachtoffers en ervaringsdeskundigen in het boek geven aan dat zij wensen dat er mét hen wordt samengewerkt. Een belangrijk verschil om te maken dus. De ondertitel van het boek had mijns inziens dus beter ‘samenwerken met slachtoffers van seksueel geweld en misbruik’ kunnen zijn.

Belang van lotgenotencontact

Het belang van lotgenotencontact wordt genoemd, maar het zou meer mogen worden uitgediept. Op dit moment speelt lotgenotencontact zich vooral in het vrijwilligerscircuit af. Judith Herman, een autoriteit op het gebied van seksueel misbruik, noemde het in haar lezing, via satelliet, één van de meest wezenlijke elementen van het verwerken van seksueel misbruik. Naar mijn mening moet lotgenotencontact echt uit de vrijwilligerssfeer. Het is tijd voor professioneel georganiseerde lotgenotencontacten, liefst georganiseerd door ervaringsdeskundige hulpverleners. Professionals, die er voor betaald worden en die daarbij ervaringsdeskundig zijn op het gebied van seksueel misbruik.

Bruggen bouwen tussen slachtoffers en hulpverlening

Het boek ‘Het verschil maken’ probeert een brug te bouwen tussen slachtoffers en hulpverlening. Het schetst een accuraat beeld van de stand van zaken: een versnipperd aanbod en weinig overzicht over wat de keuzemogelijkheden zijn voor slachtoffers. Wat slachtofferhulp wil is het stroomlijnen van de hulpverlening aan mensen met een verleden van seksueel misbruik, zodat zij op een goede manier kunnen doorverwijzen. En dat is een stap in de goede richting.

Het boekje ‘het verschil maken’ gratis zolang de voorraad strekt

‘Het verschil maken’ kun je aanvragen bij Slachtofferhulp Nederland.