Problemen met werkgevers en hierarchie door seksueel misbruik

Ik ben werkgevers spuugzat!

Vaste blogger, MarjoleinDe afgelopen jaren heb ik blijkbaar een allergie ontwikkeld voor werkgevers. Mijn excuses als jij die werkgever bent die zich echt een leider voelt, maar ik ben (de meeste) werkgevers echt spuugzat. Eigenlijk ligt dat waarschijnlijk niet eens aan deze mensen of aan hun bazige opstelling, maar wel aan mijn overgebleven triggers en de beschermingsmechanismen die de hekken dan sluiten. Zo kom ik mijn verleden van seksueel misbruik op een andere manier weer tegen.

Ik trigger op hierarchie en gezagsverhoudingen

Wat mij vooral triggert is hierarchie en de daarbij behorende gezagsverhoudingen. Ik wil graag gelijkwaardig zijn met andere mensen, overleg hebben, een vertrouwensband met mijn werkomgeving, inclusief mijn collega’s, opbouwen. Ik wil het gevoel krijgen dat ik gewaardeerd wordt voor het werk wat ik doe.

Hierarchie op Curaçao

Op Curaçao werken dingen net een stukje anders dan in Nederland. Hier is het zo dat er mensen soms op een plek zitten, terwijl ze niet de kennis en kunde bezitten om die functie uit te voeren. Het gevolg is dat iemand (ik) met kennis en kunde moet schikken naar de aanwijzingen van die persoon, die het eigenlijk helemaal niet kan beoordelen. Het concrete gevolg in mijn werk – ik werk met kinderen en jongeren – is dat er beslissingen worden gemaakt die werken ten nadele van de ontwikkeling van het kind/jongere.

Mijn waarheid

Let wel, bovenstaande is mijn waarheid. Als orthopedagoog ben ik ingehuurd om de ontwikkeling van kinderen en jongeren te bevorderen. Zo’n beslissing op basis van onkunde, door de hierarchische verhoudingen opgelegd, kost mij moeite. Het gevolg is ook vaak dat de sfeer vrij negatief is. Ook voor mijn collega’s ben ik vaak een luisterend oor en de gevoelens van mijn collega’s komen bij mij heel hard binnen.

Ik ervaar het werken in een hierarchie als zwaar

De afgelopen jaren heb ik dit steeds meegemaakt. Mijn alarmbellen gaan dan steeds rinkelen en ik hang mijn beschermingsmantel steeds steviger op mijn schouders. Ik heb dan het gevoel klein te worden, niet mezelf te kunnen zijn en niet gewaardeerd te worden. Emotioneel ervaar ik het werken bij een werkgever die sterk hangt aan hierarchie als zwaar.

Omgaan met werkgevers is een slijtageslag

Inmiddels word ik heel onzeker als het gaat om werkgevers. En heb ik de afgelopen acht jaar verschillende werkgevers versleten en zij hebben mij versleten. Ik raak erg teleurgesteld in werkgevers die onduidelijk zijn, tegenstrijdig handelen en beloftes niet nakomen. Werkgevers die weinig contact zoeken met mij als werknemer en die op basis van gezagsverhoudingen beslissingen nemen die voor onveiligheid zorgen.

Hoe houd ik me staande in dit werkgeversgeweld?

Mijn vraag is: hoe kan ik nu mijn authentieke Marjolein zijn, als die trigger, het alarm van klein worden en klein zijn, steeds maar weer afgaat? Hoe moet ik me gedragen als ik straks in een nieuwe werkomgeving kom? Hoe kan ik stoppen met een kameleon te zijn, stoppen met me steeds maar aanpassen aan de sfeer en werkomgeving waar ik in zit?

Hoe kan ik steviger mezelf zijn?

Hoe kan ik me nu stevig in mezelf verankeren, zodat ik opgewassen ben tegen de weerstanden die ik krijg als ik een keer mijn mening geef of mijn verwachtingen vertel? Hoe kan ik voorkomen dat ik me terugtrek in mijn isolement? Omgaan met werkgevers roept meer vragen op dan dat dit soort situaties antwoorden kunnen geven.

Ik heb nog veel te leren

Het is dus duidelijk dat ik veel moet leren, als het gaat om mezelf zijn. Voordat ik stevige grenzen vriendelijk doch duidelijk aan kan geven, zonder dat het meteen naar heftige situaties leidt. Een burnout is bij mij onvermijdelijk gebleken. Ik ben nog onvoldoende in staat om stress-situaties op mijn werk in goede banen te leiden. Mijn patroon is dat ik worstel tot mijn energie voor het werk wat ik doe op een nulpunt zit. Met vooral veel wilskracht worstel ik mezelf er dan weer uit.

Werkomgeving die bij me past

Inmiddels weet ik wel dat ik op zoek moet naar een werkomgeving die bij mijn persoon past. Het gaat daarbij niet alleen om het werk en de inhoud, maar ook om wat ik wil zien in een organisatie en welke sfeer ik wil ervaren in mijn werk en werkomgeving.

Het begint al bij de sollicitatie

Tijdens eerdere sollicitaties heb ik altijd de behoeften van de organisatie ingevuld. Ik vorm mij dan naar de organisatie, naar de functie en naar de mensen. Waar het werkelijk om gaat, waar ik naar op zoek moet, is een plek waar ik pas binnen de setting, zoals ik ben. Dat mijn behoeften net zo hard, eigenlijk nog harder, meetellen als die van de organisatie.

Een lange weg te gaan, maar ik ben op weg

Alle verandering begint met bewustwording. Ik ben me nu bewust van wat ik doe. Ik heb nog niet de tools in handen om er echt iets mee te doen, maar ik kan hulp inschakelen om die tools weer in handen te gaan krijgen.

Warme groet,
Marjolein

96% van kinderen die seksueel misbruik rapporteren spreken de waarheid

96% van kinderen die seksueel misbruik rapporteren spreken de waarheid

Als kinderen uit zichzelf beginnen over seksueel getinte handelingen, is het zaak het kind te geloven. Tenslotte is in verreweg de meeste gevallen er werkelijk sprake van seksueel misbruik. Helaas is het zo dat de meeste kinderen helemaal nooit iets vertellen over het seksueel misbruik.

Vaak komt er eerst een voorzichtige peiling

De meeste kinderen vertellen niet ineens wat hen is overkomen. Ze schamen zich vaak, voelen zich schuldig en daarom peilen ze eerst wat jouw reactie zou zijn. Ze vertellen bijvoorbeeld over wat een (fictief) vriendinnetje is overkomen. Of ze vertellen een, in hun ogen, klein en onbelangrijk detail van wat er gebeurd is: ‘Ik moest bij hem op schoot zitten’. Als jij ‘veilig’ reageert op de onthulling, kan het zijn dat er meer van het verhaal volgt.

Je kind kan zichzelf niet beschermen

Natuurlijk is het belangrijk dat kinderen leren over hun eigen lijf en wie daar al dan niet aan mag komen en onder welke omstandigheden. Maar de bescherming tegen seksueel misbruik kun je niet aan een kind overlaten. Daarvoor zijn ze te klein en kwetsbaar. Het beschermen van je kind is jouw taak als ouder. Zorg dat je goed geïnformeerd en alert bent, als het gaat om preventie van seksueel misbruik.

Hoe herken je een (potentiële) misbruiker? 5 tips:

Er zijn geen echte kenmerken, maar er zijn wel signalen die je kunt opvangen die je extra waakzaam moeten maken. Je moet extra opletten bij iemand die:

  1. een meer dan gebruikelijke interesse in kinderen of een bepaald kind heeft
  2. bewust ‘alleen-tijd’ creëert met een kind
  3. vage antwoorden geeft als je hen vraagt over die ‘alleen-tijd’
  4. geheimpjes met het kind deelt
  5. ‘vriendjes’ is met een kind (volwassenen zijn normaal gesproken geen vriendjes van kinderen)

Naast (potentiële) volwassen daders is het belangrijk om ook kinderen onderling in de gaten te houden. Maar liefst een kwart van al het seksueel misbruik wordt door kinderen onder de 18 gepleegd.

Hoe kan je merken als je kind misbruikt wordt? 5 tips:

Het is belangrijk om betrokken te zijn bij het leven van je kind, zodat het je ook opvalt als er iets drastisch in lijkt te veranderen. Een paar signalen die op seksueel misbruik kunnen wijzen zijn:

  1. niet willen slapen of niet in bed willen blijven
  2. nachtmerries
  3. plotselinge stemmingswisselingen
  4. regressief gedrag (ineens weer bedplassen e.d.)
  5. overmatig geseksualiseerd gedrag

Wees alert op signalen

Alert zijn op signalen is in elk geval nooit mis. Als je ergens vraagtekens bij hebt, een onderbuikgevoel: durf er naar te handelen. Als een kind je iets vertelt over seksueel misbruik, is het handig om te weten hoe je daar het beste op kunt reageren. Daarover schreef ik eerder twee blogs op hulpverlening na seksueel misbruik:

De vijf B’s voor als je kind seksueel misbruikt wordt

5 tips hoe je jouw kind kunt helpen seksueel misbruik te verwerken

 

De eerste keer therapie, gastblog van Alice

Ik heb een hartprobleem en ik ga dood!

Alice, gastbloggerMet de ziekenwagen word ik naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis gebracht. Niets aan de hand, blijkt daar. Ik heb last van paniekaanvallen volgens de arts, maar ik geloof hem niet. Het is niet de eerste keer dat ik met de ziekenwagen naar de spoedeisende hulp ben gebracht. Ik krijg antidepressiva, kalmeermiddelen en vooral “aandacht”. Ik vind de aandacht geweldig en buit dit maximaal uit.

Kalmeermiddelen en antidepressiva

Medicatie nemen voelt veilig. Ik ga de deur niet meer uit zonder mijn valium op zak. De huisarts stelt voor een psychiater te consulteren. Dit wil ik niet. Ik ben toch niet gek! Ik ben “ziek”.

Ik vraag advies bij een buurvrouw

Een buurvrouw bezoekt sinds kort een therapeute. Ik kom niet goed overeen met deze buurvrouw, we zijn te verschillend. Zij voelt zich niet goed bij deze therapeute. Ik denk: ‘Misschien klikt het, juist omdat ik mijn buurvrouw níet mag, wél tussen mij en deze therapeute.’ Dus ik neem contact met haar op.

Ik heb geen idee welke therapie zij doet

Ik heb op dit moment absoluut geen voorkeur of idee welke therapie ik wil of bij mij past, ik ben nog steeds overtuigd dat ik een hart probleem heb, dat ondanks de vele medische testen die ik onderga niet aan het licht komt. Misschien kan deze therapeute mij wel leren aanvaarden dat ik snel dood zal gaan.

Ik wil vooral aandacht

Moest ik het toch bij het verkeerde eind hebben en ik wel degelijk last heb van paniekaanvallen, kan zij mij misschien wat trucjes leren om deze te onderdrukken. Ik zoek vooral iemand waar ik mijn klaagzang verder kan zetten want de huisarts, en spoed zijn mij beu. Ook wil ik ten allen tijde vermijden om naar een psychiater te moeten. Een therapeute heeft voor mij een lagere drempel dan een psychiater.

Een paniekaanval in de auto

Grandioos te laat verschijn ik voor mijn eerste afspraak, met het excuus dat ik de weg niet kon vinden. In werkelijkheid durf ik niet haar praktijk binnenstappen en blijf 20 minuten in de auto twijfelen of ik het nu wel of niet ga doen. Daar in mijn wagen gaat er van alles door mij heen. Ik ben zenuwachtig, bang, en verward. Een vervelend stemmetje in mij vraagt “Ga je haar vertellen dat je een slechte band hebt met je moeder?”  “Ga je haar vertellen dat je bent misbruikt?” Ik leg deze stem het zwijgen op met mijn ‘eerste hulp’: een paniekaanval.

Ik ben een ‘onbetrouwbare cliënt’

Opnieuw kan ik mezelf overtuigen dat ik ernstig ziek ben, en toch wel hulp nodig heb. Ik ga naar binnen en excuseer mij in alle talen voor mijn late verschijning. Zij verzekerd mij dat het geen enkel probleem is. Natuurlijk kan ik haar niet geloven en ben ik ervan overtuigd dat ze me nu reeds de stempel van ‘onbetrouwbare cliënt’ geeft.

Het lichaam verwezenlijkt wat de geest gelooft

Als ik in haar spreekkamer ben, stelt ze voor elkaar bij de voornaam aan te spreken. Praat wat makkelijker, zegt ze met een glimlach. Ik zeg niets, knik alleen maar en neem de kamer in mij op. Het is een vrolijke kleurrijke kamer, dit voelt goed. In een hoek ligt er een mat met allemaal zachte kussens. Dit maakt mij een beetje bang, ik vraag me af waarvoor dit dient. Zij is de rust in persoon en dat kalmeert mij een beetje. Op haar deur is een spreuk geschreven: “Het lichaam verwezenlijkt wat de geest gelooft.” Dit raakt mij en doet mij nadenken.

Uit de afwachtstand

Ik wil leren accepteren dat ik snel dood zal gaan, of leren omgaan met mijn paniekaanvallen. Ik ben er nog niet uit welk van die twee het probleem is en wacht nog op de resultaten van de laatste medische onderzoeken, zeg ik haar. ‘Prima’ zegt zij, ‘dan wachten we op de resultaten voor we van start gaan.’ Deze reactie had ik niet verwacht.

Mijn therapeute doet niet wat ik verwacht

Mijn therapeute geeft weinig aandacht aan hoe ik probeer medelijden bij haar op te wekken. Ze behandelt mij als een volwaardig iemand. Dit voelt raar, ik krijg aandacht zonder medelijden. Dit voelt dubbel, prettig en tegelijkertijd ben ik een beetje boos. Ze spreekt op een zachte toon met me, ze is vriendelijk. Dit ben ik niet gewend. Ze aanvaard mij en wat ik zeg. Ze oordeelt noch veroordeelt.

Ik beken dat ik seksueel misbruikt ben

De manier waarop de therapeut met mij omgaat, maakt dat ik, net voor mijn tijd om is, zeg dat ik te maken heb gehad met seksueel misbruik. Ze wordt niet boos over het feit dat ik dit nu pas zeg. Haar reactie verbaast mij: “Wat vind ik het erg dat jou dit is overkomen” zegt ze zacht. Voor het allereerst krijg ik erkenning zonder dat iemand twijfelt aan de echtheid van mijn verhaal. Dit voelt geweldig. Zij vraagt of ik tijdens onze volgende gesprekken wat dieper in wil gaan op het seksueel misbruik. Ik wil hier nog over nadenken. ‘Toch maar eerst de resultaten van de testen afwachten’, zegt het stemmetje in mijn hoofd.

Gemengde gevoelens

Met gemengde gevoelens ga ik naar huis. Ik ben boos op mezelf, omdat ik het seksueel misbruik heb aangekaart. Wat zal ze nu wel van mij denken, is een vraag die mij bezig houdt. Vind ze mij vies en vuil ? Dom? Vind ze mij aardig ? Al heel mijn leven doe ik mijn uiterste best om “aardig gevonden te worden”. Kan dit nu nog wel, nu ze weet wat ik heb gedaan?

Mijn hoofd slaat op hol

In de uren die volgen, lijkt mijn hoofd wel een autosnelweg in spitsuur. Gedachten flitsen voorbij en nemen over van elkaar. Als de storm in mijn hoofd gaat liggen aan het eind van de dag, verklaar ik mezelf in therapie. Ik besef op dat moment nog niet wat een mooi geschenk ik, door die beslissing, aan mezelf geef.

Ik wil er (niet) bij horen! Gastblog Marjolein

Ik ben anders

Vaste blogger, MarjoleinHet seksueel misbruik heeft er voor gezorgd dat ik me altijd anders heb gevoeld, dan de rest. Altijd los van anderen, zonder gevoel van het “erbij horen”. Ik voelde me altijd schuldig en ik schaamde me diep. En iemand hoefde maar iets te zeggen of ik had het gevoel dat ik die persoon weer zou verliezen.

Negatieve gedachten

Vragen, altijd maar die vragen galmend door mijn hoofd. Hoe kan iemand van mij houden? Heb ik aanleiding gegeven? Ben ik zo slecht dat ik dit heb moeten doorstaan? Ik moet in mijn vorig leven wel heel veel slechte dingen hebben gedaan… enz. enz. Die negatieve gedachten malen nu wat minder vaak door mijn hoofd, maar kunnen mij nog steeds ’s nachts wakker houden.

Ik wil gezien worden!

Bij het erbij willen horen, zit nog iets, namelijk gehoord en gezien willen worden. Misschien is het ook wel makkelijk om niet gezien en gehoord te voelen als je in een gezin van zeven kinderen bent met ouders, die niet gewend zijn om hun gevoelens te delen en ook niet gewend zijn om zichzelf uit te spreken. Mijn ouders hebben van het seksueel misbruik in ieder geval niets gezien en niets gehoord. Geen signalen opgevangen en niet gemerkt dat mijn gedrag veranderde. Van een vrolijk zelfstandig meisje naar een naar binnen gekeerd onzeker vrouwtje. Hoe ouder ik word, hoe moeilijker ik dat soms vind. Was het echt zo verborgen? Wist echt niemand ervan af?

Wat is er mis gegaan?

Laatst had ik een app-gesprek met mijn broer. Het gevoel van er niet bij horen, niet gezien en gehoord worden, kwam in alle hevigheid weer op. Mijn broer die er ook recht op heeft om zijn eigen waarheid te hebben en te kennen, blijft hangen in de fase “ik sla die gast wel in elkaar, als ik hem tegenkom.”  Ik blijf hangen in “pa en ma hebben het niet gezien, gehoord en gemerkt, hoe kan dat? Wat zegt dat?”  In mijn ogen zijn zij namelijk verantwoordelijk voor mijn welzijn binnen het gezin. Overigens houd ik mijn oudste broer verantwoordelijk voor het feit dat hij zijn handen niet thuis heeft kunnen houden en zijn piemel niet in zijn broek.

Gezinssysteem uit balans

Terugkomend op het app-gesprek. Daar zit ik 8000 km verderop en probeer hem te overtuigen dat hoe ons gezinssysteem eruit ziet, deel uitmaakt van het hele gebeuren. Dat dit het seksueel misbruik heeft mogelijk gemaakt. Dat mijn zus er vanaf heeft geweten en dat mijn andere broer eens is binnen komen lopen. Ik krijg terug “Marjolein kijk uit wie je beschuldigt en pa en ma zijn ook niet perfect en kunnen ook fouten maken.” Ik vraag hem of het volgens hem alleen mijn oudste broer is, die alle ellende in de familie heeft veroorzaakt. Hij zegt: “Ik zou zeggen zo’n 80%”

Ontkenning en onmacht

Ik voel de onmacht opvlammen want in mijn beleving kent het ontstaan en in stand houden van het seksueel misbruik binnen het gezin nog meer factoren. Dat ontkennen of bagateliseren voelt als een ontkenning en het valt mij heel zwaar. Ik vraag me af hoeveel deze broer weet van alle geheimen binnen het gezin. Ik vraag me af hoeveel ik eigenlijk weet en wat nog verborgen is.

Niet uitspreken

Wanneer er op facebook een artikel verschijnt over dat seksueel misbruik zo lang verborgen blijft, reageer ik met dat ik het triest vind en dat ik de indruk heb dat ik de omgeving ervan moet overtuigen dat het onveilige gevoel niet alleen ligt bij de dader. Ik krijg een reactie van mijn zusje. “Kijk uit met wat je op facebook plaatst, Marjolein, het is openbaar”.

Weer de mond gesnoerd

Ze bedoelt het vast goed, maar voel ik weer de emoties opvlammen. Ik voel me weer er niet bij horen, weer anders, weer niet gehoord, maar wel gezien en op mijn vingers getikt. Ik krijg de indruk dat ik vooral niets mag zeggen of schrijven. Mijn omgeving geeft eigenlijk terug dat ze niet willen zien dat ik het seksueel misbruik openbaar maak. Ze begrijpen niet dat ik me steeds meer uitspreek en dat het mij niet zoveel interesseert dat vreemden dat ook kunnen lezen. Ze begrijpen niet dat ik soms van wildvreemden meer steun heb gekregen, dan van degene waarmee ik ben opgegroeid, hoe zuur ook.

Loslaten van loyaliteit en mijn stem bevrijden

Nu kies ik zelf ervoor om er niet bij te horen, hoe pijnlijk dat ook voelt. Ik wil niet meer zwijgen. Als dat betekent dat ik er niet meer bij hoor, dan neem ik dat op de koop toe. Liever niet bij de familie horen dan niet bij mezelf horen…Ik kies voor openbaarheid en loslaten. Loyaliteit kan een blok aan je been zijn en dat weerhoud je van groeien. Dus ik laat het blok los en de mening van mijn familie nu ook.