Gastblogger Mariël Groenen: Wat bloggen mij oplevert

Wat bloggen mij oplevert

Ik ben op “mariel-groenenDe dag van het misbruikte kind” om anderen, lotgenoten, overlevers of hoe je het ook wilt noemen, te ontmoeten. Het is een intensieve dag vol met informatie, ontmoetingen, mooie open gesprekken en inspiratie. Aan het eind van de dag is mijn energie op. Velen gaan nog even naar buiten om na te borrelen. De herfstzon schijnt en is nog heerlijk warm op één van de eerste herfstdagen en de omgeving is prachtig. Ik ben aan het zoeken en bedenken:
“Wat wil ik?” Nog meer diepe gesprekken, nieuwe ontmoetingen, een groep mensen om me heen, ik zie het eigenlijk niet meer zitten. Ik heb genoeg indrukken gehad voor een dag. Mijn reisgenoot is echter spoorloos en waarschijnlijk verwikkeld in een gesprek hier of daar. Dan zie ik Ivonne en Agnes staan, binnen, in een rustige hoek. Ik zoek hen op voor een rustige ontmoeting en om even bij te praten.

Praten over schrijven

We bespreken van alles, de energie van vandaag, de lezing en natuurlijk gaat het gesprek ook naar schrijven en bloggen. Ivonne heeft al veel geschreven en gepubliceerd. Ik heb inmiddels enkele blogs voor haar website geschreven, maar het laatste blog laat even op zich wachten. Het is geschreven, maar ik ben zelf nog niet klaar om het te laten publiceren. Dat brengt ons langzaam maar zeker op de vraag wat bloggen ons oplevert. Ivonne wil daarover een blog schrijven en vraagt dan ineens aan mij: “hmmm, kun jij daar niet een blog over schrijven?” Omdat het me wel fijn lijkt om even een iets minder persoonlijk blog te schrijven (denk ik), stem ik in met haar vraag.

Waarom blog ik eigenlijk en wat levert het mij op?

De afgelopen week gaat het dus regelmatig door mijn hoofd: “Waarom blog ik eigenlijk en wat levert het me op?” Ik wil geen recht-toe-recht-aan lijstje maken, dat is niet mijn stijl. Maar hoe dan wel? Toch ga ik weer uit van mijn hart.

Schrijven is bevrijdend!

Dan is de eerste gedachte die me binnen komt: schrijven is bevrijdend! En dat is het. Al vanaf mijn 12e schrijf ik op hoe ik mijn leven beleef en wat ik ervaar. Soms feiten en gebeurtenissen, maar meer nog mijn gevoelens en beleving. Mijn hoofd heeft het namelijk altijd druk. Het is één van mijn sterkste overlevingsmechanismes. Altijd analyseren, nadenken, proberen mijn wereld en de wereld om me heen te begrijpen.

Schrijven geeft me een gevoel van controle

“Als ik het begrijp kan ik het controleren.” Niet echt natuurlijk, maar dat is hoe het voor mij onbewust altijd werkte. Schrijven helpt me, toen en nu nog steeds, om rust en overzicht te krijgen in die constante gedachtes en analyses. Wat opgeschreven is, kan ik loslaten. Nou ja, de ene keer beter dan de andere. De bevrijding zit ‘m dus in mijn gedachten letterlijk van me afschrijven en daarmee een beetje overzicht en rust voor mezelf creëren.

Wat op papier staat is wáár

Ik schrijf vanuit mijn gevoel en wat er op dat moment in mij leeft. Dat is altijd waar. Op dat moment. Later denk ik er zelf misschien ook anders over of zijn mijn inzichten veranderd. Maar wat ik op papier en de laptop schrijf is waar, het is wat uit mijn hart komt en daarmee waardevol voor mij. Het helpt me ook om terug te kijken als ik me afvraag: “hoe was het ook alweer?”, want herinneringen vervormen in de loop van de tijd. Het is mijn ik op papier. Een ander maakt foto’s en ik schrijf.

Waarom dan bloggen?

Net besef ik dus pas dat schrijven voor mij is wat foto’s (waarschijnlijk) voor een ander betekenen. Dan komt in mij op: “Iedereen deelt graag zijn of haar foto’s, de social media staan er vol mee. Fotoalbums worden gemaakt van vakanties en bijzondere gelegenheden. Ik heb meer met schrijven en deel graag via blogs mijn ervaringen en mijn gedachten”. Ik laat met mijn blogs als het ware een foto of fotoalbum zien. Ik gebruik woorden waarvan de lezer dan zijn of haar eigen beeld kan vormen. Delen van mijn leven, van mijn ervaringen laat ik zien. Vaak zijn dat nu net niet die fijne momenten die een fotoalbum laten zien. Ik schrijf het meest over de moeilijke momenten en heftige ervaringen. Juist die ervaringen en momenten hebben me gevormd. Dat wil ik opschrijven. Door een blog te schrijven, word ik uitgedaagd om dieper te gaan, zorgvuldig en grondig te zijn. Het helpt me bij de verwerking van de ervaringen die ik beschrijf. Ik leer ervan en het maakt situaties vaak nog helderder.

Mariël

 

Mariël heeft inmiddels ook een boek geschreven: De impact van incest op alle levensgebieden. Te koop via hulpverleningnaseksueelmisbruik

Gastblogger Rija van der Sluiszen – Geconfronteerd met het verleden

Verpleegopleiding

Ria van der Sluiszen

Het is september 1988 .Ik ben 17 jaar en eindelijk is het dan zover! Ik begin aan de verpleegopleiding in het ziekenhuis waar ik geboren ben, waar ook mijn moeder háár opleiding heeft gedaan. Als klein meisje wist ik al dat ik verpleegster wilde worden. Ik had een compleet ziekenhuis van Playmobil. Mijn nicht, die arts wilde worden, en ik fantaseerden toen we klein waren altijd, dat zij de arts was en ik haar verpleegkundige.
Ik verhuis naar de zusterflat op het terrein en begin vol goede moed aan de opleiding. Ik weet dan nog niet dat alles anders zal gaan lopen. Het is best spannend om op mezelf te gaan wonen, al ben ik wel blij dat ik thuis weg ben. Het geruzie en gedoe met mijn broertjes ben ik wel zat. Wél vind ik het eenzaam zo alleen op mijn kamer, al heb ik goed contact met mijn buurvrouw.

Geconfronteerd met verleden

De theorielessen krijg ik bij een ander ziekenhuis, samen met leerlingen van diverse ziekenhuizen uit de regio. Ik kom in een leuke klas terecht en voel me er thuis. Ook de leraren zijn aardig. Als we in groepjes aan een thema gaan werken, kom in een groepje die het gaat hebben over incest. We moeten zelf dingen bedenken die we kunnen gebruiken voor dat thema. Ook moeten we bedenken hoe we als verpleegkundige hiermee te maken kunnen krijgen. Het thema duurt een aantal weken.

Confronterend om mee bezig te zijn

Ik merk dat het best confronterend is voor mij. We besluiten een interview te houden met een agent van de zedenpolitie. Met zijn drieën gaan we naar het politiebureau en daar gaan we in gesprek met die agent. Die man vertelt over hoe je aangifte kunt doen en meer van dat soort praktische zaken. Op een gegeven moment maakt hij een grapje: “1 op de 4 is slachtoffer dus wie van ons vier is het?” Hij zegt meteen dat je zo niet moet denken natuurlijk, maar ik schrik wél. Ik hoop dat de anderen mijn reactie niet zien.

Het thema incest confronteert mij

Tijdens de weken dat we met het thema bezig zijn, zit ik niet lekker in mijn vel. Ik voel me verdrietig en eenzaam. Jannie, onze klassenleraar en leraar verpleegkunde, heeft in die dagen erna in de gaten dat er iets met me is en knoopt een gesprek aan. Ze is heel vriendelijk en ik vertrouw haar zodanig, dat ik vertel wat mijn opa met me heeft gedaan. Dat daardoor het thema waar we mee bezig zijn wel heel erg confronterend is.

Een belangrijke stap: Er over praten!

Samen met Jannie besluit ik dat het goed is hier met Monique, de docent psychologie, over te praten. Voor het thema-project besluit ik een interview met mezelf te houden, maar de anderen daarbij niet te vertellen dat ik de geïnterviewde ben. Ik vertel hen dat ik het gesprek houd met een kennis van mij. Het is erg confronterend om mijn verhaal in interviewvorm op papier te zetten, maar helpt me ook om de dingen op een rijtje te zetten. Nadat ik het interview aan de klas heb voor gelezen praat ik er met Monique over.

Praten, praten en nog eens praten

Ik praat veel met Monique en Jannie over het misbruik in het verleden .Over Opa en die jongen uit het dorp. Ik voel me eindelijk begrepen door iemand. Ze veroordelen me niet maar luisteren zonder te oordelen. Ik ben wel voortdurend bang dat ze me ook zullen laten vallen. Dat ze de afspraak om te praten zullen afzeggen. Ik heb sterk het gevoel dat er voor mij geen tijd is, dat ik waardeloos en nutteloos ben. Ik voel me een stuk gereedschap meer niet.

Gelukkig laten ze mij niet vallen

Het is zo fijn met iemand te kunnen praten. Als de dames merken dat het me te veel aanvliegt, bieden ze me aan dat ik bij hen kan slapen. Het besef, dat het eigenlijk niet normaal is wat opa deed, is beangstigend en ik vraag me af of ik niet meer verzet had moeten plegen. Maar ik was wél altijd blij dat ik er iemand lief voor me was. Ik ben op school zo vaak gepest, dat ik blij was dat er iemand was die me wel de moeite waard vond.

Troost

Zo logeer ik een paar keer bij allebei en dat geeft me de energie om door te gaan. Jannie heeft vier katten een van die katten ”Mormeltje” voelt dat ik behoefte heb aan troost. Jannie ziet dat en ze besluit dat het goed voor me is, als ik die kat mee naar huis neem. Dat vind ik een bijzonder cadeau en deze kat haalt mij uit mijn eenzaamheid en geeft me troost als ik het moeilijk heb. Bij Jannie voel ik veel liefde en troost. Terwijl ik, als ik bij Monique logeer, juist blij ben eindelijk te kunnen praten over mijn nare herinneringen.

Redders in de nood

Deze twee dames hebben dus veel voor mij betekend en ben dan ook nieuwsgierig hoe het nu met ze is, maar heb ze tot op heden niet terug kunnen vinden. Maar ik blijf altijd met grote dankbaarheid aan ze terug denken, want ik weet niet wat er toen van mij terecht zou zijn gekomen als ze me niet opgevangen hadden.

Tijdelijk stoppen met opleiding

Helaas zit ik op dat moment zo met mezelf in de knoop, dat ik in overleg met ziekenhuis besluit voorlopig met de opleiding te stoppen. Eerst ga ik aan mezelf werken. Dat doe ik door bij het JAC in een praatgroep te gaan. Ik baal ervan dat ik mijn droom voorlopig moet opgeven, maar heb er dan nog alle vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Helaas nooit meer teruggegaan

Helaas is het er nooit meer van gekomen de opleiding af te maken. Ik baal er nog altijd van, dat ik onder andere door wat die man heeft gedaan, het niet kan opbrengen mijn droom te verwezenlijken. Ik heb later wel geprobeerd weer te beginnen, maar op dat moment zat ik nog steeds niet goed in mijn vel en ben toen niet aangenomen op een opleiding.

Een nieuwe start

Ik kom via een uitzendbureau terecht bij het bedrijf waar ik nu al meer dan 25 jaar werk. Ik vind het tot op de dag van vandaag jammer dat ik mijn droom niet heb kunnen waarmaken, Maar heb al die tijd wel geleerd in de avonduren. Eerst vakken op de HAVO. Daarna nog de doktersassistente opleiding. Door omstandigheden heb ik alleen het theoriegedeelte afgerond en toen ik moeder werd haalde ik daar verder mijn voldoening uit .

Turnjuf

Ook heb ik een opleiding gevolgd om turnjuf te worden en ik geef nu al enkele jaren met plezier gymles op een turnvereniging naast mijn baan. Toch blijft het kriebelen. Op dit moment ben ik begonnen met een korte HBO cursus in de psychologie om te kijken of ik het niveau aan kan, met het plan om daarna een bachelor opleiding van 4 jaar te volgen. Op die manier hoop ik alsnog in de gezondheidszorg aan de slag te kunnen en mijn droom te verwezenlijken. Je bent immers nooit te oud om te leren en te dromen.

Rija

 

Vertel ook jouw verhaal

Heb jij ook een verhaal om te delen? Wil jij leren hoe je jouw verhaal op een goede manier onder de aandacht brengt? Geef je op voor de cursus ‘Bloggen over seksueel misbruik’

Nieuwe gastblogger stelt zich voor: Rija van der Sluiszen

Rija van der Sluiszen

Ria van der SluiszenIk ben Rija van der Sluiszen – de Jong 45 jaar oud getrouwd en moeder van een zoon van 16. Ik werk parttime in en magazijn en ben daarnaast gymjuf bij een turnvereniging en doe vrijwilligerswerk.

Misbruikt door opa

Als kind ben ik misbruikt door mijn opa, telkens als ik bij hem logeerde en ook als hij op visite kwam. Hoe oud ik precies was toen het begon weet ik niet, maar het was vanaf voordat ik een tiener was tot ik een jaar of 14 oud was. Hij praatte het goed door te zeggen: ‘Ik hou nu eenmaal van je’  Daardoor dacht ik dat het gewoon was. Hij zei: ‘Wij hebben verkering’.

De herinneringen komen boven

Ik stop het allemaal weg, tot ik met een verpleegopleiding begin. Daar word ik erg met mezelf geconfronteerd en komt het allemaal naar boven. Ik kan daardoor de opleiding ook niet afmaken. Ik krijg onder andere hulp van het JAC. Ik zit dan in een praatgroep en dat is wel fijn maar ik voel me er ook een beetje er buiten staan. Alle anderen zijn misbruikt door hun vader en ik dus door mijn opa. Daarna stopt de hulpverlening en heb ik het weer verstopt.

Mijn moeder wordt ernstig ziek (later overlijd zij aan darmkanker) en ik krijg een burn-out. Zo kom ik bij een psycholoog terecht. Met haar heb ik kunnen praten over het misbruik en door middel van EMDR en gesprekken heb ik de herinneringen enigszins een plekje gegeven. Er komen ook andere incidenten boven: Dat ik aangerand ben door een jongen die bij ons over de vloer kwam voor de computerclub van mijn moeder. Dat ik in de vakantie een keer ben betast door jongens. Op mijn zeventiende nadat ik gestopt was met de verpleegopleiding in een magazijn ging werken, een jongen die in ruil voor hulp met mijn brommer meer wilde doen dan ik wilde. Door al die dingen had ik het gevoel dat ik er alleen toe deed als lustobject. Gelukkig weet ik nu beter.

Hoe het nu met me is

Ik haal nu veel energie uit het werken met kinderen . Dat doe ik 1x per week als gymjuf op een turnvereniging en tijdens vakanties door kinderen te verkleden als Ot en Sien bij de Stoomtram. Ook kan ik enorm genieten van de sterke band die mijn zoon met zijn opa heeft. Zo fijn dat hij een normale band met hem heeft. Door de behandeling bij de psycholoog voel ik me al veel sterker. Vroeger plaatste ik mijzelf heel laag en cijferde ik mezelf weg, tegenwoordig durf ik steeds meer voor mezelf op te komen. Ben er nog niet helemaal, maar het gaat steeds beter.

Waarom ik mijn verhaal deel

Af en toe belemmert de herinnering me nog. Daarom wil ik mijn verhaal graag delen met lotgenoten en wel onder mijn eigen naam. Dit om mezelf te helpen in het proces het een plekje te geven en om anderen te helpen zodat ze zich niet alleen voelen in hun verhaal. Dit is in het kort mijn verhaal.

Wil jij je verhaal ook delen? Kijk op bloggen over seksueel misbruik voor details.

Gastblog Jessica: Zou ik spijt krijgen als het te laat is?

donker roze bloesem, foto van Agnes van der GraafIk heb een stuk gefietst om hier te komen. Het regent en het is koud. Normaal gesproken zou ik dat erg vinden, maar nu ben ik opgelucht dat er daardoor niemand in de buurt is. Ik ben alleen. Mijn handen omvatten het stuur, terwijl mijn blik strak gericht is op het water. Het is hoogwater. De meeuwen zoeken voedsel tussen de stenen aan de onderkant van de dijk. De scholeksters hebben het koud en verstoppen hun lange snavels in hun veren. Soms schreeuwt de een boos naar de ander. Ongecompliceerd.

Bij laagwater ziet het er heel anders uit. Dan zijn de vogels op het wad en boren ze met hun snavels in de grond, op zoek naar die ene lekkere pier. Ik herinner me nog hoe ik vroeger als klein meisje galopperend op het slik een paard nadeed. Mijn voeten in te grote laarzen, die dan ook regelmatig vastgezogen bleven zitten in de bodem. Ik stampte vrolijk in de plassen, waardoor er hier en daar een schelp sneuvelde. Dat kleine meisje dat nog niet wist wat haar jaren later te wachten stond, dat nog niet wist dat het woord vakantie zo’n nare bijsmaak zou krijgen. Ik leek zo onbezorgd, maar dat was ik zelfs toen niet meer.

Zo kalm als de zee toen was, zo woest is hij nu. De verraderlijk Waddenzee. Ga nooit in je eentje wadlopen, neem een ervaren gids mee, let goed op het getij, als het eenmaal hoogwater wordt, gaat het sneller dan je denkt en kun je niet meer op tijd wegkomen. De waarschuwingen herhalen zich in mijn hoofd, maar die gelden niet voor waar ik nu aan denk. Ik wil juist waar voor gewaarschuwd wordt.

Mijn handen omvatten nog steeds het fietsstuur. Waar ze eerst nog losjes op de handvatten lagen, omklemmen mijn vingers ze nu alsof ze mijn laatste hoop zijn. Mijn benen trillen en alle kracht is uit mijn lichaam verdwenen. Mijn hoofd vult zich met dingen waar ik nooit woorden aan heb kunnen geven, waar nooit iemand naar heeft gevraagd of naar heeft willen luisteren. Dingen die rare blikken en onuitgesproken oordelen op zouden leveren. Het risico te groot en mijn moed te klein.

Ik sluit mijn ogen en even is het alsof de rest van de wereld niet meer bestaat. De wanhoop stroomt door mijn aderen als een snel werkend gif. Het verdriet dat ik niet meer wil voelen en de pijn die ik niet meer aan kan, voeden die alles verlammende wanhoop. Hoe zou het zijn om het koude water in te lopen?
Om door te lopen totdat je de kou niet meer voelt?
Totdat je niets meer voelt en er niets meer is?
Zou het pijn doen? Vast wel.
Zou ik spijt krijgen? Misschien.
Zou ik terug willen als het al te laat is?
Het zou niet meer uitmaken.
Ik zucht en kan mijn tranen niet meer inhouden.