Hoera, ik raak de controle kwijt, gastblog Mariël

Ik raak de controle kwijt

Mariel GroenenIn de war en uitgeput lig ik op de bank. Mijn lijf wil niet meer en mijn ogen willen niet open. Slapen lukt niet. Steeds als ik wegzak, is er wel iets waardoor ik mezelf wakker houd, een kriebelhoest, een gedachte of even naar de wc. Er is iets in mijn lijf dat alert wil blijven, dat me wakker houdt. Ik heb dit niet eerder zo duidelijk gevoeld. Alleen bij de therapie, als we lichaamswerk doen, voel ik die alertheid, die spanning in mijn lijf.

Uitgeput

Ik voel dit en denk: “Geen wonder dat ik uitgeput ben”. Al heel mijn leven houd ik mezelf en mijn omgeving stevig onder controle. Mijn hele jeugd heb ik dat nodig om te overleven met alle problemen in het gezin, het zorgen voor de anderen en de incest. Die controle is een deel van mij geworden: “zo ben ik”. Heel, heel langzaam bouw ik die controle af. Mijn man is van de “flexibele planning” en daardoor leer ik flexibeler omgaan met veranderingen, met mijn planning. Hij vindt dat ik er maar mee om moet leren gaan dat omstandigheden kunnen veranderen en daardoor zijn of onze plannen ook. Ik vind dat heel moeilijk want planning geeft mij controle. Hij weigert zich daarin aan te passen aan mijn controlebehoefte. Therapie en trainingen helpen me daarbij ook. Ik leer dat ik niet overal invloed op kan hebben en dat ik sommige dingen moet laten zijn. Maar nu, liggend op de bank, voel ik duidelijk dat het maar een deel van mijn controlemechanisme is, dat ik heb losgelaten.

Mijn lichaam laat zich niet sturen

Tijdens het lichaamswerk, dat onderdeel is van mijn therapie, is steeds de spanning in mijn lichaam enorm voelbaar. De controle die mijn lichaam wil houden over alles wat er gebeurt, is voelbaar. Ik ben niet in staat mijn hoofd te laten rusten in de handen van mijn therapeute. Mijn nek, schouders, willen mee helpen en willen zelf mijn hoofd omhoog houden, dragen. Eerst voelde ik niet eens dat ik het deed. Nu ben ik me er bewuster van. Mijn lichaam laat zich niet sturen door mijn hoofd. Als ik tegen mezelf zeg: “ontspan je maar”, verandert de spanning in mijn lichaam niet. Deze keer heeft mijn lichaam de leiding.

Hoofdpijn, verkoudheid en uitputting

Drie dagen lig ik op de bank en doe ik niets. Flink verkouden en met veel hoofdpijn. Ik voel dat mijn hoofdpijn komt van die controle, van het harde werken om “mijn schouders eronder te zetten”. Het feit dat ik zo moe ben en toch mezelf niet toe sta om in slaap te vallen, confronteert me heel erg met mijn controlemechanisme. Objectief gezien, is er niets waarom ik wakker moet blijven. Ik ben thuis en ik ben veilig. Mijn lichaam denkt daar anders over. Ik praat met mijn lichaam, met mezelf. “Je bent veilig, je hoeft niets te doen, alles is goed.” Steeds opnieuw blijf ik het herhalen, maar het lijkt alsof ik het tegen dovemansoren heb. Alleen met bedtijd, in mijn bed, val ik uiteindelijk in een onrustige slaap.

Controle werkt niet meer

Ik voel mijn controlemechanisme heviger dan ooit te voren. Tegelijkertijd voel ik dat het niet meer werkt. Ik merk in allerlei levenssituaties dat mijn oude manier om ermee om te gaan niet meer werkt. Ik reageer anders – directer – dan ik gewend ben van mezelf en daar schrik ik zelf van. Sommige mensen in mijn omgeving schrikken daar ook van en dit heeft in korte tijd geleid tot een breuk met enkele mensen. Mijn “oude” Mariël wil terug naar hoe het was, want daar was het veilig. “Hou je mond maar, je kunt beter niet opvallen want dan gaat het mis, dan doet een ander je pijn”. Mijn volwassen ik, is trots en wil juist verder. Zij weet dat ze niet terug kan en dat het niet goed is om terug te gaan.

De oude ik versus de nieuwe ik

Maar o, wat is die “oude” Mariël sterk. Ze haalt alle argumenten uit de kast en zaait verwarring. Ik begrijp haar zeker. Ze sleept me soms zo mee. Het is moeilijk om overeind te blijven. Het kost me een berg energie. Ik wil mijn controle kwijt. Ik zoek wanhopig naar houvast. Het zal nog wel een tijdje duren voordat de oude en de nieuwe ik samen verder kunnen.

Slachtoffer van incest, hoe vertel ik het? Gastblog Mariël

Slachtoffer van incest, hoe vertel ik het?

Erkennen dat ik slachtoffer ben van incest is heftig. Ik heb het 42 jaar weggedrukt in mijn onderbewuste. Het is overweldigend, pijnlijk om te zien en te voelen. Nu ik eenmaal onder ogen zie dat het de realiteit is, wil ik het ook vertellen in mijn omgeving. Vertellen dat ik slachtoffer ben of was, dat is confronterend :“Hoe zullen anderen reageren? Geloven ze me? Wijzen ze me af? Vinden ze het belachelijk?”

Als ik vertel dat ik misbruikt ben, erken ik mezelf

Ik kan me zelf nauwelijks voorstellen dat ik slachtoffer ben van incest, wat mijn vader met me heeft gedaan. Ik weet het wel maar om het volledig binnen te laten komen, blijft moeilijk voor mij. Toch wil ik het delen, moet ik het delen, de last is te groot om alleen te dragen. Ik begin voorzichtig met het vertellen aan mensen die ik vertrouw, maar liefst niet al te dichtbij staan. Zo zijn er bekende collega’s waar ik mee spreek en enkele vriendinnen. Ik spreek hardop uit dat mijn vader me misbruikt heeft en ik voel wat het met me doet. Het helpt me erkennen dat het echt is.

Mijn vader heeft me misbruikt

Langzaam maar zeker vertel ik het meer mensen. Ik bereid dit nooit voor. Vaak ontstaat in een gesprek bij mij het gevoel: “nu vertel ik het” en dan zeg ik: “Mijn vader heeft mij misbruikt”. Afhankelijk van de reactie en vragen van de ander vertel ik dan meer of niet. Tot mijn verbazing gelooft iedereen mij. Ik ben daar blij mee natuurlijk, maar ik geloof bijna niet dat ik serieus wordt genomen. Ik ben ervan overtuigd dat anderen mij niet serieus nemen omdat ik als kind niet gezien en gehoord werd.

Het slaat in als een bom

Ik ben 45 jaar als ik begin met lichaamsgerichte therapie. Al heel snel heb ik een enorme behoefte om meer mensen uit mijn omgeving op de hoogte te stellen, zeker ook familie. Door de therapie en alle herinneringen die boven komen, voel ik me overweldigd en ben ik uitgeput. Ik wil vertellen waarom het niet goed met me gaat. Bij mijn schoonfamilie vertel ik het vanuit een soort van spontaniteit in het moment, onvoorbereid dus. Bij mijn broers en zus is het voor mij aanzienlijk ingewikkelder om het te vertellen. Ik ben ontzettend bang voor hun reactie. Bang dat ze me niet geloven, dat ze me afwijzen. De één vertel ik het per brief, een ander tijdens een wandeling, de derde tijdens een etentje bij ons thuis en de laatste bij een bezoek bij hem thuis. Bij ieder slaat het in als een bom.

“Join the club”

Hoe ik het ook vertel, het is iedere keer zenuwslopend: klotsende oksels, klamme handen, hoge ademhaling. Ook zij hebben tijd nodig om te verwerken. In hun beleving tot nu toe ben ik vroeger behoorlijk “de dans ontsprongen”. Ik ben degene die het goed had. Wat zij zien, is dat moeder veel tijd en aandacht voor me heeft, terwijl zij op school zitten of aan het werk zijn. Ik doe altijd of het goed met me gaat, want dat is wat moeder van mijn verwacht. Zo is het beeld. Eén van mijn broers benoemt dat en zegt vervolgens: “Join the club” . Hoe wrang kan het zijn?!

Half open

In mijn omgeving ben ik vrij open over het feit dat ik misbruikt ben en dat ik nu in therapie ben. Ik besef wel dat het voor veel mensen heel schokkend is om te horen, dat merk ik aan reacties. Daar houd ik rekening mee. Mijn doel is ook niet om te choqueren en confronteren. Ik heb steun en erkenning nodig. Ik vertel meestal niet op welke leeftijd het misbruik plaats vond. Het is vast té heftig om te horen dat ik als baby al ben misbruikt, iets wat laatst in een herbeleving is bovengekomen. Ik deel ook nooit wát er allemaal gebeurd is. Ik vul in voor een ander dat incest al moeilijk genoeg is en dat ik ze verdere details beter kan besparen. Daarmee bescherm ik mezelf waarschijnlijk ook, of dat nu wel of niet nodig is. Het hoort bij mijn overlevingsmechanismen.

Het gaat vooral over de impact

Wat ik deel, gaat over de impact die de incest heeft gehad op mijn leven, hoe het nu met me gaat, hoe moeilijk het soms is. Dat is voor veel mensen al heel moeilijk om te begrijpen. Het duurt nu al meer dan een jaar, dan moet het toch wel beter gaan. “Je moet je schouders er maar onder zetten”. Ja, dat is het ‘m nu juist, dat heb ik altijd gedaan en dat houd ik niet langer vol. Er is iets anders nodig. Zolang ik het gevoel heb dat mensen het goed bedoelen, heb ik niet zo’n moeite met “onhandige” reacties.

Deze blogs over mijn ervaringen deel ik bewust alleen op de website www.helenvanseksueelmisbruik.nl. Ik heb zelf een website, een facebook pagina en twitter maar daar deel ik de blogs niet. Dat is nog een stap te ver voor mijn gevoel. Ik sta me de ruimte toe om daarin te groeien.

‘Bedoel je dat opa je verkracht heeft?’

Ik besef dat ik het belangrijk vind dat de kinderen ook weten dat ik door hun opa ben misbruikt. Ze zien natuurlijk al lang dat ik veel verdriet heb en vaak boos ben. Ik probeer het vaak af te schermen, maar ze voelen wel dat het niet goed gaat. Uit eigen ervaring weet ik hoe verwarrend het is voor een kind als je moeder zegt dat het goed gaat en zich niet goed voelt. Bovendien wil ik niet dat ze het via een ander horen, nu steeds meer mensen op de hoogte zijn. Bij hen vertel ik het ook op een moment dat ik denk: “Nu kan het”. Overigens beiden vertel ik het één-op-één. Mijn zoon (hij is 15) schrikt er wel van maar zegt ook: “ik dacht al zoiets”. Mijn dochter (zij is dan 13) is echt geschokt. “Bedoel je dat opa je verkracht heeft?” Ja, directer kun je het niet zeggen. Mijn dochter is heel boos, nog steeds. Ik ben blij dat ik het verteld heb. De kinderen weten nu wat er speelt, er is geen geheim meer. Het is moeilijk, maar bespreekbaar.

Een jaar na de onthulling

Mijn broers en zus weten het nu allemaal ongeveer een jaar. Mijn verhaal heeft behoorlijk wat teweeg gebracht. Eén broer reikt nu uit en wil graag meer delen, meer contact. Hij heeft het er moeilijk mee en beseft hoe weinig hij eigenlijk weet van mijn verleden. Ik verlang ernaar om meer contact te hebben en om gezien te worden, maar mijn vertrouwen is zo beschadigd dat het moeilijk is om me open te stellen. “Wat als ik weer teleurgesteld wordt? “ Ik heb dit ook met hem gedeeld en hij begrijpt dat ik tijd nodig heb en hoopt op een positieve uitkomst. Met de andere twee heb ik redelijk contact. Het onderwerp incest ligt lastig bij hen maar niet vanuit afwijzing van mij. De redenen zijn voor mij begrijpelijk en daarmee staat het ons contact niet in de weg.

‘Ik denk dat je hierin alleen staat’

Mijn zus heeft mij laatst laten weten: “Ik begrijp niet waar je doorheen gaat. Het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven, het lijkt wel of het over een andere vader gaat. Ik denk dat je hierin alleen staat”. Het raakt me diep, het voelt als een herhaling uit het verleden. Ik word niet erkend en niet gezien. Wat ik vertel, kan niet waar zijn. De pijn zit diep, ze raakt aan de pijn rondom mijn moeder, die in feite hetzelfde deed. Onze relatie verloopt al langer moeizaam, zeker omdat ik afstand heb gevraagd om ruimte voor mijn proces te hebben. Dat heeft haar pijn gedaan. Vanuit pijn kunnen we nu niet verder samen. Dat is hard, keihard.

Seksueel misbruik en de feestdagen

Hoe kom je de feestdagen door?

Sinterklaas, Kerst, Oud en Nieuw. De maand december staat bol van de familiefeesten. Maar contact met je familie is niet vanzelfsprekend, zeker niet als je seksueel misbruikt bent binnen de familie.

Ik ben niet zielig

Mijn uitgangspunt is: Ik ben niet zielig. De feestdagen zijn voor mij niet zo belangrijk, (ontkenning van behoefte). De feestdagen, of in elk geval al die hoepla eromheen, stom vinden is ook een strategie. Ik bouw mijn eigen feestje wel, ik heb mijn familie niet nodig. (meer ontkenning van behoefte)

Met kerst ben ik ontheemd

Goed, ontkenning van behoefte is een afweer. Dat betekent dat er een trigger is geraakt. Ik vermijd om iets te voelen. Ben ik dan wél zielig? Nee, dat ook weer niet. Een beetje verdrietig, dat wel. Ontheemd. Dat is een goed woord voor hoe het voelt. Het vanzelfsprekende van een ’thuis’ te hebben, waar je altijd welkom bent, waar je op terug kunt vallen ontbreekt me. Al heel lang…

Erkennen en rouwen

‘Ivonne, je moet niet denken dat je hier kunt aanschuiven voor het paasontbijt. Dat doen we met ons gezin’.

Ik weet dat de vriendin die dit zei waarschijnlijk geen flauw idee heeft hoeveel pijn deze opmerking deed. De pijn van het geen ‘familie’ hebben, rauw en onversneden. Noodzakelijk om te voelen. Eerst word ik boos, vind ik van alles over deze botte afwijzing (valse macht). Maar ook valse macht betekent dat er iets om erkenning vraagt. Ik ben kinderloos gebleven door het seksueel misbruik. Ik voel de pijn en rouw om wat er niet is in mijn leven.

Provoceren of bespreekbaar maken?

Ik ben in gesprek op een bijeenkomst van vrouwen tegen geweld. Het is pauze en luchtig vertelt iemand dat ze twee keer per jaar, met de feestdagen met al haar zussen uit eten gaat. Op dezelfde luchtige toon vertel ik dat ik mijn éne zus sinds een paar jaar weer af en toe spreek. Dat mijn andere zus de kant van de misbruiker heeft gekozen en dat ik met haar al jaren geen contact meer heb. Even valt het gesprek oncomfortabel stil. ‘Te provocerend’, denk ik bij mezelf, ‘zelfs in dit gezelschap’. Maar gelukkig: een tafelgenoot haakt er op in. ‘Ik ben geraakt door je opmerking. Als ik jou dit hoor zeggen besef ik pas hoe diep seksueel misbruik er in hakt.’

Geheeld

Ik heb er nu geen last meer van. De feestdagen gaan soms ongemerkt voorbij. Vorig jaar wilden we pizza bestellen op 1e kerstdag, bleken zelfs de grote Amerikaanse pizzaketens gesloten (Gelukkig zijn er ook Turkse pizzeria’s voor wie kerst een gewone werkdag is)! Ik hoef niet langer stil te staan bij het onvervulde verlangen. De pijn is gevoeld en erkend en in plaats daarvan is er berusting. Rust.

Feestdagen, familie, seksueel misbruik

Het is zoals het is. Veel families vallen uit elkaar door seksueel misbruik. Iedereen in een gezin moet zich, op één of andere manier, verhouden tot het seksueel misbruik. Helaas is ontkenning vaak het eerste afweermechanisme en dat laat het slachtoffer in de kou staan. Met kerst ben je dan alleen. Dat is onrechtvaardig en moeilijk, maar ook de werkelijkheid. Door je goed voor te bereiden kun je de kerst voor jezelf gezellig maken.

Maak van de feestdagen jouw eigen overwinningsfeest

Ik schreef al eerder een blog over ‘Hoe overleef ik de feestdagen’. Kijk eens of je iets kunt met de tips die daar in staan of maak je eigen nieuwe traditie!

 

Triggers: de nacht van de waarheid – Gastblog Mariël Groenen

Triggers: de nacht van de waarheid

mariel-groenenIk ben net 45 jaar geworden. Er lijkt meer rust te komen in mijn leven en in mijzelf. De vakantie is voorbij en ik ben vast van plan om mijn praktijk als coach weer meer leven in te blazen. Ineens zit ik echter in een periode waarin ik voortdurend word getriggerd. Mijn praktijk blijft rustig, dat is de grootste trigger. Ik heb het gevoel dat ik niet goed genoeg ben, dat ik geen waarde heb, dat ik niet gezien word. Dat ik niet genoeg inbreng in ons gezin. Ik ben erg emotioneel, krijg, schijnbaar om niets, enorme woedeaanvallen. Ik voel me depressief en word zelfdestructief. Ik word bijvoorbeeld enorm kwaad omdat het overzetten van mijn mobiele telefoon abonnement vertraging oploopt. De KPN zegt het formulier voor nummerbehoud niet te hebben ontvangen. Ik kan niets goed doen en niets gaat zoals ik het wil. Mijn negatieve gevoelens overspoelen me helemaal. Op zulke momenten zijn mijn depressieve gevoelens zo erg, dat ik niet in de auto durf te stappen. Ik ben bang dat ik mezelf niet meer onder controle heb en met de auto zo hard mogelijk tegen een boom aan rijdt. Dan houdt het eindelijk op en krijg ik rust. Want, o wat wil ik graag rust.

Oude pijn

Ik besef dat dit allemaal oude gevoelens zijn. Gevoelens die ik tot nu toe onderdrukte. Ik heb er een hekel aan om zwak te zijn en me slachtoffer te voelen. Als me iets niet lukt, voel ik dat ik faal. Ik doe het nooit goed genoeg. Het is de stem van mijn vader; zelfs als ik een negen haal op school zegt hij: “Dan had je ook wel een tien kunnen halen!”. Het is de stem van mijn moeder: “Gelukkig gaat het met jou goed en ben jij normaal”. Om het goed te doen en niemand tot last te zijn, probeerde ik mijn verdriet en pijn te verbergen. Ik vind het lastig om deze gevoelens los te koppelen van het heden, waarin ik een volwassen, krachtige vrouw ben of denk te zijn. Ik heb steeds weer dat enorme gevoel van onmacht, zwakte en slachtoffer zijn, van eenzaamheid. Het neemt me als het ware helemaal over. Ik heb, zo lijkt het, totaal geen controle over mezelf en mijn reacties. Ik moet al mijn kracht aanwenden om keer op keer door een “aanval” heen te komen. Het is een ware uitputtingsslag.

Misbruikt door mijn vader

Midden in deze periode, komt ineens een herinnering boven van mijn tiende jaar. Ik zit in mijn praktijkruimte en maak contact met mezelf, met mijn pijn. Ik voel dat er een trauma onder zit. Ik word misselijk en krijg het gevoel dat ik moet braken. Ik vouw me helemaal dubbel in mijn stoel. Er komen tranen. Ik weet, ik voel hetzelfde als bij mijn herinnering van mijn derde jaar. Het is geen duidelijk beeld maar ik voel mijn vader en ik voel dezelfde walging die ik toen ook voelde omhoog komen. “O nee, het is niet waar! Niet nog meer….”, snik ik. Terwijl ik het hardop zeg, daar alleen in mijn kamer, weet ik dat het de waarheid is. Ik heb hem niet tegen kunnen houden. Hoe heb ik dat kunnen denken? Ik weet dat mijn lichaam de waarheid “spreekt” maar ik wil het niet geloven.

Stap voor stap door het dal heen

Stap voor stap sla ik me door deze periode heen. Gelukkig heb ik een partner die me ondersteunt, hoe moeilijk het soms is. Ook kan ik regelmatig terug vallen op twee vriendinnen. Ik vind uiteindelijk de kracht om meer in balans te blijven en me niet steeds te laten overspoelen door mijn emoties. Dat geeft me ook weer het vertrouwen om mijn werk, dat nu echt grotendeels stil ligt, weer op te pakken. Ik ga vol goede moed weer aan het werk en maak afspraken.

Ik-grens bewustzijn

Ik volg een workshop over ik-grensbewustzijn. In de visualisatie voel ik geen grenzen. Tegelijk wil ik ook geen andere mensen in mijn buurt tolereren. Ik voel paniek, zelfs bij het idee om anderen toe te laten. Ai. Dat zit nog niet goed. Ik slik de emoties die ik voel zoveel mogelijk weg en denk: “daar moet ik nog wel even naar kijken”. Bij het afscheid nemen aan het einde van de middag zegt een andere deelneemster de bijzondere woorden: “Collega’s hè? Welkom!” Ik kijk er een beetje raar van op maar had al opgemerkt dat ze mij echt had gezien. Op de terugweg in de auto resoneren haar woorden nog door. Diezelfde avond zoek ik haar website op en mail ik haar om een afspraak te maken.

Weer in therapie

Ik doe lichaamsgerichte (massage)therapie in combinatie met contextuele therapie, bij de therapeute die ik heb ontmoet tijdens de workshop. Tijdens het tweede consult zetten we met poppetjes mijn gezinssituatie neer. Het raakt me diep en maakt veel los. Ik zie mijn onmogelijke positie in het gezin. Mijn moeder steunt op mij en ik sta letterlijk tussen haar en alle andere gezinsleden in, op een toren zelfs. Het is niet te bevatten wat voor last er op de schouders van mij, van dat kleine meisje heeft gerust. Onvoorstelbaar dat ik zo geleefd heb. De dagen na dit consult maak ik mee als in een waas. Ik zit, zoals ik het noem, in een bubbel. Ik schep een afstand tussen mij en mijn omgeving.

Steeds meer herinneringen

Ik herinner me steeds meer. Tussen de consulten door komen beelden van het misbruik komen boven. De massages lijken de herinneringen die mijn lichaam heeft vastgezet los te maken. Zo krijg ik ’s nachts het beeld van een gigantisch vies, eng ding (een penis, maar ik kan het woord bijna niet noemen) boven mij heen-en-weer bungelen. Ik kan me niet bewegen, mijn armen worden vastgehouden naast mijn hoofd. Enkele dagen later krijg ik weer een beeld, als ik me afstem op mijn verkrampte lijf: Ik ben acht jaar en ik huil; “Ik wil niet, ik wil niet!” Het volgende moment voel ik dat ik uit me zelf ga, ik heb geen keuze. Ik ben dat niet, “dat” is vies. Ik zie een meisje van acht jaar, op mijn bed, ze is verlamd en kan niets doen.

Ik weet dat het mij is overkomen, maar vaak denk ik nog wel: “Als ik het nou verzonnen heb?” Het helpt me om “het geheim” te vertellen aan anderen, vrienden en (schoon)familie. Als ik het vertel, erken ik mezelf. Dit is een deel van mij.

De nacht van de waarheid

Dan komt er een nacht waarna ik echt niet meer om de waarheid heen kan. In mijn slaap, half bewust, zie en voel ik dat ik keer op keer verkracht wordt. Ik zie mijn vader. Hij houdt niet op. Mijn bekken, mijn buik, alles doet pijn. Het is niet te verdragen. Terwijl ik dit ervaar, weet ik ergens dat dit toen was en niet nu. Ik zeg het tegen dat kind, tegen mezelf, dat ik nu veilig ben. Steeds weer herhaal ik dit, het is toen, je bent veilig. Er lijkt geen einde aan de nacht te komen. De dagen erna doet mijn hele lijf, maar vooral mijn bekken en mijn buik pijn. Ik ben gebroken en kan niet veel meer dan uit bed komen, me douchen, aankleden en op de bank liggen.

Ik sta mezelf toe om hieraan toe te geven en om te voelen wat ik voel. Ik wijs mezelf niet langer af. Ik hoef ook niets te doen en gelukkig voel ik me langzaam maar zeker beter; heel langzaam.