10 tips voor een fijne Kerst

10 tips voor een fijne Kerst

Voor veel overlevers is de Kerst één van de meest eenzame tijden. Pak deze kerst eens anders aan en maak voor jezelf van Kerst een feestje. Geef jezelf de aandacht en liefde die je zo graag wilt ontvangen. Zo overleef je ook de kerstdagen.

Maak het met Kerst gezellig voor jezelf:

Tip 1: Versier je huis met kerststukjes of een mooie kerstboom

Tip 2: Maak een lekker diner voor jezelf, je mag helemaal kiezen wat jij het liefste eet.

Tip 3: Eet niet op de bank, dek de tafel gezellig voor jezelf

Tip 4: Creëer een verwenmoment (voetenbadje, handen en voetenmassage, douche/bad)

Tip 5: Zorg voor sfeerverlichting, brand een kaarsje of hang kerstboomverlichting op

Kerstboom

Tip 6: Installeer jezelf op de bank met een goed boek en warme chocolademelk

Tip 7: Ga een mooie (kerst)film kijken

Tip 8: Zet je favoriete muziek op

Tip 9: Ga een stuk wandelen of fietsen

Tip 10: Accepteer dat je je voelt zoals je je voelt. Of dat nou vrolijk is of verdrietig, je hoeft het niet anders te maken dan het is.

 

En natuurlijk: Geef jezelf een cadeautje onder de kerstboom! Mooi ingepakt en wat een verrassing zal het zijn 😉

Met dank aan Agnes van der Graaf voor deze tips.

 

Emotioneel analfabetisme

In de hele discussie over het onderzoek uit 2013, waarvan de conclusie was: ‘leer kinderen huilen en nee zeggen’, vind ik dat een belangrijke invalshoek over het hoofd wordt gezien. In plaats van te focussen op hoe kinderen zich moeten verweren tegen potentiële daders (wat natuurlijk belangrijk is), laten we de schijnwerpers eens richten op de plegers. Want wat er uit het onderzoek naar voren komt, is dat huilen en nee zeggen zou helpen, omdat de pleger anders niet weet dat het niet oké is. Als dit géén drogreden is, hebben we reden om ons zorgen te maken.

Hoe kan het dat daders niet lijken te weten wat niet kan?

Wat de mannen die onderzocht zijn doodleuk vertellen, met hun verhaal dat huilen en nee zeggen zou helpen, is dat ze niet wisten dat ze misbruik pleegden. Dat plegers dachten dat wat ze deden kan als het kind geen tegenstand biedt, dat het oké is zolang het kind niet huilt.

Genegeerd of niet waargenomen?

Wanneer ik de verhalen van overlevers van seksueel misbruik hoor is het overduidelijk dat zij zich onderdrukt, vernederd en machteloos hebben gevoeld. De dader heeft dit genegeerd of niet waargenomen. Twee visies op de werkelijkheid die lijnrecht tegenover elkaar staan. Hoe kan dat?

Over emotioneel analfabetisme

Deze plegers leiden volgens mij aan emotioneel analfabetisme. Wat we plegers moeten leren is om de verbinding tussen het hoofd en het hart te koesteren. Dat emoties deel uitmaken van de volheid van de menselijke ervaring. Dat het afsluiten van je eigen gevoelens afschrikwekkende gevolgen heeft, in de eerste plaats voor jezelf, maar mogelijk ook voor de wereld om je heen. Jane Fonda zegt: ‘Het afsluiten van je emotionele leven leidt tot een depressie’. Dat is ook de wortel van de depressie die we vaak in slachtoffers terugzien.

Depressief, drank, drugs, geweld en seks

De excessen van drank, drugs, geweld en seks zijn uitwerkingen van emotioneel analfabetisme, de verbreking van de verbinding tussen hoofd en hart en de daaruit voortvloeiende depressie.

De breuk tussen hoofd en hart leidt tot harteloze daden

De mannen van morgen (mannen zijn veruit de meerderheid van plegers van seksueel misbruik) zijn de jongens van vandaag. Laten we alles op alles te zetten om jongens zo op te voeden, dat de mannen van morgen in staat zijn om intimiteit te voelen en liefde, medeleven en empathie. Want als er één ding erger is dan een kind hebben dat seksueel misbruikt is, dan is dat een kind hebben dat seksueel misbruik pleegt. Hoe kun je dat voorkomen?

De oplossing van een complex probleem is nooit eenvoudig

Als je seksueel misbruik als een alleenstaand probleem beschouwt, kom je er niet uit. Seksueel misbruik heeft zijn maatschappelijke context. We leven in een maatschappij waarin 1 op de 5 meisje en 1 op de 6 jongens seksueel misbruikt worden. Dat betekent dat we leven in een maatschappij waarin enorme aantallen (potentiële) plegers rondlopen. Plegers die wellicht net als de plegers uit het onderzoek niet beseffen wat ze een kind aandoen. Laten we kijken welke oplossingen we naast huilen en nee zeggen kunnen verzinnen:

10 stappen tegen seksueel misbruik

  1. Leer je kinderen huilen en nee zeggen (die houden we er gewoon in)
  2. Laat je kinderen ervaren dat huilen en nee zeggen gerespecteerd wordt
  3. Leer je kinderen dat ze huilen en nee zeggen zelf ook moeten respecteren
  4. Leer zelf welke signalen (kunnen) wijzen op seksueel misbruik
  5. Informeer jezelf over de lange termijn effecten van seksueel misbruik
  6. Gebruik deze informatie om kinderen te leren wat seksueel misbruik is
  7. Bestudeer de excuses die plegers naar voren brengen en leg de denkfouten bloot
  8. Breng veelgehoorde denkfouten onder de aandacht
  9. Leer kinderen (én volwassenen) dat niets zeggen géén ja is
  10. Laat het tot je doordringen dat iedereen een potentiële dader is

Laat tot je doordringen dat iedereen een potentiële dader is

Handel om te voorkomen dat potentiële daders daadwerkelijk misbruik plegen. Het is niet moeilijk om te zien wat elk van deze regels zou kunnen opleveren, als we ons, als maatschappij in zijn geheel, hiervoor zouden inspannen. We zouden ongetwijfeld seksueel misbruik een heel stuk kunnen terugdringen. En deze lijst is nog lang niet compleet, er is vast veel meer wat ieder van ons kan doen om seksueel misbruik terug te dringen. Laten we vooral zelf wakker worden, de ogen open houden en de nieuwe generatie op voeden tot voelende en denkende mensen.

Tijd om zelf in actie te komen

Laten we nu eens niet kijken naar een commissie, een protocol of een kwaliteitseis. Niet naar de overheid. Laten we, in plaats van de plegers aan de schandpaal te nagelen (wat hooguit een schijnveiligheid oplevert), bestuderen waar zij de mist ingaan. Hen blijven zien als mensen, als iemands zoon of dochter. Mogelijk kunnen we meer aan de weet komen dan alleen: ‘Leer kinderen huilen en nee zeggen’.

Klik hier om mijn boek ‘Helen van seksueel misbruik. Het trauma voorbij!’ te bestellen en wordt deel van de oplossing.

Leer je kind huilen

Leer kinderen huilen en nee zeggen

Uit een onderzoek onder daders van november 2013, kwam naar voren dat veroordeelde misbruikers aangeven dat als kinderen hadden gehuild of nee hadden gezegd, zij het misbruik gestaakt zouden hebben. Het onderzoek is gevoerd onder 47 veroordeelde criminelen die zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Alleen al de keuze van die populatie is voldoende om vraagtekens te zetten bij de breedte van de conclusies die aan dit onderzoek gekoppeld mogen worden.

Geen slecht advies

Het advies om kinderen te leren huilen en nee zeggen, is niet verkeerd, laat ik dat voorop stellen. Het lijkt me een goede zaak om kinderen het contact met hun eigen emoties en grenzen te laten behouden. Ik heb naast nee zeggen en huilen, nog wel een paar andere adviezen voor ouders om hun kinderen te leren/niet af te leren.

Seksueel misbruik voorkomen?

De suggestie dat huilen en nee zeggen in veel gevallen seksueel misbruik kan voorkomen, vind ik op zijn zachts gezegd discutabel. De groep veroordeelde criminelen is zo klein en zo weinig representatief voor de ‘gemiddelde’ dader, dat deze conclusie in elk geval meer onderzoek vergt.

Wie zijn die veroordeelde misbruikers?

Het blijft bij seksueel misbruik bijzonder moeilijk om tot een sluitende bewijsvoering en tot een veroordeling te komen. Gevallen waar dat bij lukt, zijn doorgaans:

  • daders waarbij er een aanklacht ligt van meerdere slachtoffers, die steunbewijs voor elkaar verlenen
  • daders waarvan fysieke ‘sporen’ gevonden zijn
  • daders die herkenbaar op foto’s/films van het misbruik staan

Meerdere slachtoffers

De zogenaamde ‘veelplegers’ lopen tegen de lamp als kinderen onderling gaan praten. Om dat risico af te dekken laten daders de kinderen onderling meestal niet kennismaken. Bovendien zit er een ‘catch 22’ in de manier waarop bewijsvorming plaatsvindt. Als twee slachtoffers samen gepraat hebben over het misbruik, wordt hun geloofwaardigheid in de rechtszaal in twijfel getrokken.

Fysieke sporen

Het vinden van fysieke sporen die eenduidig vaststellen dat er seksueel misbrik heeft plaatsgevonden, veronderstelt dat de aangifte/melding binnen een week na het seksueel misbruik plaatsvindt. Douchen en schrobben wissen sporen uit. We weten ook uit onderzoek dat slachtoffers dat nou juist gaan doen in een poging om het misbruik van zich af te wassen. Uit ander onderzoek weten we dat er gemiddeld 12 jaar overheen gaat, voordat het slachtoffer naar buiten komt met zijn of haar verhaal.

Films en foto’s

Lang niet alle daders maken foto’s en films, maar zij die dit wél doen zijn vaak de gehaaide criminelen die dit beeldmateriaal verhandelen. Deze harde jongens passen wel op dat ze zelf niet herkenbaar in beeld komen. Wat vaker voorkomt is dat beeldmateriaal het verhaal van een kind ondersteunt. Het meestal de kopers van dit soort kinderporno die tegen de lamp lopen en veroordeeld worden.

De thuismisbruiker

De groep die verantwoordelijk is voor ruim 50 % van het gepleegde misbruik zijn directe familieleden die in huiselijke kring één of meerdere kinderen misbruikt. Nog eens ruim 30 % van de plegers zijn zogeheten ‘vertrouwde volwassenen’. De huisvriend, de babysitter, de coach of leraar, de dirigent van het kinderkoor: de mensen waar jij jouw kind naar toe brengt elke zaterdag.

Incest komt zelden voor de rechter

In gevallen van incest komt het zelden tot een aanklacht. Je wordt doorgaans niet gewaarschuwd voor bekenden. En hoe weet je als kind wanneer iemand te ver gaat? Was dat wel echt een hand op je borst? Was dat echt een bobbel in zijn broek? Heb ik het niet zelf uitgelokt?

Een kind is beïnvloedbaar. Daar maakt de dader misbruik van

Een kind vertrouwt de dader. De gemiddelde misbruiker gebruikt geen geweld, die gebruikt overreding. Die palmt het kind in. Met aandacht, met kadootjes, met het speciale gevoel dat je ‘al zo groot bent’. Met precies datgene wat het kind hard nodig heeft. Pas als het kind op die manier voorbereid is, komt de seks om de hoek kijken ‘Ons geheimpje’.

Huilen en nee zeggen?

Wanneer de seksualiteit zijn intrede doet, is het kind vooral in de war. Sommige kinderen zijn erg jong wanneer het misbruik begint, dan heeft het kind niet eens door wat er precies gebeurt, heeft er geen woorden voor.  Soms voelt het kind diep van binnen wel dat het niet oké is wat er gebeurt, maar het wil wél die snoepjes. Het wil wél die aandacht. Het kind wil wél bijzonder en groot gevonden worden. Soms wordt de verwarring extra groot, omdat het lichaam wél meewerkt. De misbruiker is dan degene die het kind vertelt: ‘Zie je wel, je vindt het fijn.’

  • Het kind gelooft
  • Het kind vertrouwt
  • Want in de wereld van kinderen, zijn de volwassenen de baas

Hoe kun je nee zeggen als je in de war bent?

De verwachting dat een kind in zo’n situatie nee zegt, is onrealistisch. Het overheersende gevoel is verwarring. In die verwarring gaat een kind misschien wel huilen, maar zoekt ook troost bij de misbruiker, zeker als het een van de ouders is. Een kind weet niet beter.

Hoe kun je kinderen hier op voorbereiden?

Waar je kinderen maar beter van te voren op kunt voorbereiden, is dat je in de war kunt raken als iemand aan bepaalde lichaamsdelen zit. Dat je soms niet weet of dat oké is of niet. En dat je daar altijd met mama of papa over kan praten. Ook als degene die het met je doet, zegt dat je er niet over moet praten. Júíst als degene die het met je doet, zegt dat je er niet over moet praten.

Leer je kind dat het altijd bij je mag komen

Wees de misbruiker voor en leer je kinderen dat ze met alles, ook rare dingen, ook dingen waarvan ze denken dat je boos zult worden, bij je kunnen komen. Dat mama of papa dan misschien wel even boos zullen worden, maar altijd blij zijn dat je het komt vertellen. Zeg dat je van het kind zult blijven houden.

Leer je kind dat zijn/haar lichaam van hem/haar is

Dat het lichaam van het kind is, lijkt heel vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet. Nog steeds zie ik het om me heen gebeuren: ‘Geef oma eens een kusje’, als oma op bezoek komt. Het kind heeft daar helemaal geen zin in: ‘Doe niet zo raar’ zegt de ouder. De les is: je hebt geen recht om hierin jouw eigen keuzes te bepalen. Een les waar een misbruiker gretig misbruik van zal maken.

Sta op voor je kind.

Oma gaat misschien protesteren als je het anders doet. Als je zegt: ‘Als hij of zij dat niet wil dan hoeft het niet.’  Want wie heeft bepaald dat het kind altijd maar klaar moet staan om te voldoen aan de verwachtingen van de volwassene. Wat leer je een kind over zelfbeschikkingsrecht als je het niet beschermt tegen de eisen van volwassenen?

Leer je kind dat bepaalde zones niet oké zijn om aan te raken

Dit is een duidelijke boodschap: alles wat onder de bikini of zwembroek zit is privé. Het is nooit oké dat iemand daar zomaar aankomt. Dat mag het kind zelf niet bij een ander doen en dat mag niemand bij het kind doen. Wanneer dat toch gebeurt, is het belangrijk dat het kind dat altijd komt melden. Het hoeft niet te zijn dat er dan iets naars aan de hand is. Dat het kind in zijn broek heeft geplast en de juf op school heeft hem/haar gewassen. Dan kun je, op het moment dat het kind dat komt vertellen, zeggen: dat was oké.

En wat als er een grens overschreden wordt?

Als er een grens overgegaan is door een ander heb je iets uit te zoeken. Is het een ernstig vergrijp? Hoe alarmerend is het? Gaat het om kinderen onderling dan kun je met behulp van het vlaggensysteem kijken of het om ernstig afwijkend gedrag gaat. Is dat het geval, dan is hulp van buitenaf veelal noodzakelijk. In andere gevallen is er met een waarschuwing en met in de gaten houden of de waarschuwing serieus genomen wordt al veel op te lossen.

Geen paniek zaaien, maar wel ingrijpen

Als er een volwassene bij betrokken is, dan is het feit dat je kind dit vertelt, in principe hét moment om in actie te komen. Zorg in elk geval dat het misbruik stopt. Bescherm je kind. Voor meer tips kijk op ‘de 5-b’s als je kind seksueel misbruikt is

Ervaringsdeskundige hulpverlener, kom uit de kast!

Een oproep aan ervaringsdeskundige hulpverleners: Kom uit de kast!

Tijdens de lancering van mijn eerste boek kwam ze op mij af. Een jeugdzorgmedewerker die al jaren werkt met jongeren. Maar al te vaak zijn deze jongeren uit huis geplaatst vanwege seksueel misbruik. Ze vertelt mij dat zij ook seksueel misbruikt is, maar dat ze dit niet aan haar collega’s durft te vertellen.

“Als ervaringsdeskundige wordt je niet serieus genomen”

Ik hoor het vaker. Allerlei zorgprofessionals, begeleiders, hulpverleners die werken met misbruikte kinderen, zijn bang zijn om hun collega’s te vertellen dat ze zelf ervaringsdeskundig zijn. Ze zijn bang dat ze niet meer serieus genomen worden of zelfs ontslagen zullen worden. Alsof je deskundigheid als hoog opgeleide professional er dan niet meer toe doet.

De meerwaarde van ervaringskennis

Hoog opgeleide professionele hulpverleners die seksueel misbruikt zijn hebben een meerwaarde die niet te onderschatten is. Als zij die meerwaarde kunnen inbrengen zal de zorg daar wel bij varen. Want als ervaringsdeskundige hoor je meer, zie je meer, ben je je meer bewust van signalen, ook de ‘negatieve’ signalen. De dingen waar juist níet over gesproken wordt. Als professioneel hulpverlener kun je bovendien die signalen beter duiden dan iemand die alleen maar ervaringskennis heeft.

Ervaringsdeskundige professionals

 

Kom uit de kast. Laat je collega’s weten dat jij eerste hands kennis hebt van seksueel misbruik. Presenteer deze kennis als een meerwaarde. Ja, dat is kwetsbaar en ja, daar wordt niet altijd even goed op gereageerd. Maar ja, dat is precies wat jouw klanten ook overkomt als zij met hun verhaal naar buiten komen en ook daar kun je het over hebben met elkaar. Het is belangrijk want naast de meerwaarde is het er niet over praten een levensgroot risico.

Te weinig rugdekking

Elke hulpverlener heeft intervisie nodig, zeker als ze met seksueel misbruikte klanten te maken hebben. ‘Zie ik dit goed’ is een intervisievraag. Maar ook ‘Het raakt me, kun je mij even opvangen’ is een intervisievraag. Intervisie is je rugdekking en als jij niet uit de kast bent over jouw verleden van seksueel misbruik, wordt het lastig om die laatste vraag in te brengen. Doe dat lang genoeg en je gaat onderuit.

(on)Veilige organisaties

Dat brengt me terug bij de jeugdzorgmedewerker van de eerste alinea. Zij durft het niet te zeggen tegen haar collega’s. Dat betekent dat er een onveilige sfeer is in de organisatie. Het is namelijk niet dat ze er niet over kan praten, ze sprak er immers met mij over? Een onveilige organisatie is ook voor de cliënten geen prettige plek om te zijn. Voor hulp aan seksueel misbruikte klanten is openheid en veiligheid een voorwaarde.

 

Basiskennis voor elke hulpverlener

Hoe werk je aan openheid, veiligheid en lever je trauma-geïnformeerde zorg, ook aan jongeren? Het begint met voldoende kennis over seksueel misbruik. In mijn boek kun je de basiskennis vinden die elke hulpverlener zou moeten hebben over seksueel misbruik.

Hier te koop!

Werken aan veiligheid en openheid

Het is van belang om binnen de organisatie te werken aan de bespreekbaarheid van seksueel misbruik. Om het onderwerp regelmatig te agenderen en helder te focussen op de langetermijneffecten van seksueel misbruik en hoe die spelen bij jullie op de werkvloer. Daartoe verzorg ik interactieve trainingen en lezingen, toegespitst op de werksituatie bij jullie.

Boek hier een interactieve lezing of training